Transformers: Age of Extinction

Een Transformersfan zijn, met een ticket voor de nieuwste ‘Bayformers’ film, is te vergelijken met een junk zijn met een spuit heroïne in je hand: Je weet dat het slecht voor je is, maar ach, nog één hit kan vast geen kwaad. En dan ineens kom je bij, je hebt geen flauw benul van wat je de laatste paar uur meegemaakt hebt en voelt je vies en beschaamd. Je neemt jezelf voor om dit nooit meer te doen, echt nooit meer! Hey wacht, zie ik daar Transformers 4? Nog ééntje dan…

En weer wordt je wakker, in een volle bioscoopzaal met een ticket in de hand, geen idee wat er gebeurd is en je voelt je vies tot diep in je ziel. Je kijkt angstig naar de mensen om je heen. Je ziet mensen lachen, alsof ze net iets heel leuks hebben gezien. Zou je iets raars gedaan hebben? Dan zie je jouw ontgoocheling in een ander zijn ogen. Gelukkig, een andere Transformersfan. Je bent dus niet alleen. Als je dan verward de zaal verlaat, meegezogen in een massa mensen die blijkbaar zich ergens prima mee vermaakt hebben, beginnen de herinneringen langszaam terug te komen en je maag draait spontaan weer om. Ja, je bent weer zwak geweest en hebt net weer een Bayformers film gekeken.

Het plot van Transformers: Age of extinction? Dingen doen boem. Nee echt, binnen de eerste minuut ontploft het beeldscherm al en het houdt niet meer op tot de endcredits. Ondanks datMichael Bay zei een nieuwe weg in te willen slaan met dit deel is daar weinig van te merken. Maar laat ik me nou niet te negatief uitlaten over de nieuwste cinemadrugs die Bay gebrouwen heeft. Want Bay houdt niet zo van critici. Al die anderen in de bioscoop genoten toch van hun laatste fix vol product placement, explosies en shaky-cam? Nee, we mogen geen kwaad van hem spreken hoor. Stel je voor, straks maakt hij geen Transformers 5 meer hoor. Alsof we dat geloven en alsof dat een slecht iets zou zijn.

Voor hen die het echt willen weten: Aan het begin van de film leren we dat de dinosaurussen uitgestorven zijn door een invasie van grote ruimteschepen die al het leven op aarde door middel van bommen tot metaal omsmelten. Niet echt wetenschappelijk correct, maar dat terzijde. 65 miljoen jaar later worden een aantal metalen dino’s gevonden op Antartica. Goed onthouden, want dit komt pas in het laatste kwartier van pas en we moeten nu dringend naar de volgende cut, dit keer naar ergens in Texas. Hier ontmoeten we onze held, Cade Yeager (Mark Wahlberg). Cade is een uitvinder die antieke apparatuur op koopt om dat te restaureren. Hij is op zoek naar koopjes in een verlaten bioscoop, waar natuurlijk een oude vervallen vrachtwagen in de zaal staat. Hij besluit deze te kopen en neemt hem mee naar huis.

Dochterlief Tessa (Nicola Peltz) is niet blij met alle rommel die paps mee naar huis brengt. want hoewel hij zegt dat hij er geld mee gaat verdienen komt er geen rooie cent binnen. Tijdens het sleutelen aan de vrachtwagen komt Cade erachter dat dit wel eens geen normale vrachtwagen kon zijn, maar Optimus Prime (Peter Cullen)!

Nu is het goed om te weten dat dit zich jaren na de slag in Chicago uit Dark of the Moon afspeelt. De mensheid heeft het de Transformers niet in dank afgenomen dat ze er een troep van hebben gemaakt in Chicago en ze worden nu massaal opgejaagd door de CIA onder leiding van HarroldAttinger (Kelsey Grammer). Ook de Autobots, die toen de wereld nota bene gered hebben. En dat doen ze niet alleen, maar met behulp van een Transformer genaamd Lockdown (Mark Ryan). En wat doen ze met al die Transformers die ze afslachten? Omsmelten, en daar nieuwe Transformers van maken natuurlijk! En omdat het nog niet logisch genoeg is gebruiken ze natuurlijk het brein van de kwaadaardige Megatron om die nieuwe Transformers te vervaardigen, want dat kan immers nooit misgaan. Sterker nog, ze bouwen onwetend zelfs een nieuw lichaam voor hem met de naamGalvatron (Frank Welker).

Transformers: Age of Extinction heeft alle ingredienten voor een geweldige trip. Want Bay heeft echt een prijsrecept in handen. Actie en geweld, overvloedig veel explosies, glimmende bolides, enorme robots, alleen maar mooie vrouwen en twee hunks als helden. Dit heeft hij aangelengd met een dosis goedkope oneliners en flauwe humor die verbazend goed vallen bij de meeste bioscoopgangers. En de special effects zien er ook goed uit, als ze de camera een paar seconden stil kunnen houden tenminste. Dus voor spectaculair popcorn vermaak is het een geweldige film waar meneer Bay ook stevig op grossiert. Maar niet voor de echte Transformerjunk. De echte Transformerjunk heeft na de vorige drie films een hogere weerstand voor zijn slechte product en heeft meer nodig dan dat. Die voelt niet meer de euforie van real life Transformers op het witte doek, maar alleen de telleurstelling door de slechte of ontbrekende ingredienten. Na zeven jaar heeft hij dan eindelijk Frank Welker, de enige echte Megatron kunnen strikken voor de film. En dan krijgt hij nauwelijks tekst. Bay geeft ons eindelijk Dinobots, maar ze komen zo slecht in beeld dat je haast twijfelt of je ze wel echt gezien hebt. Maar gelukkig is er wel een overvloed aan Amerikaanse vlaggen te zien bij een zonsondergang die maar niet weg gaat, zelfs niet midden in de nacht.

Het verhaal is echt een bende. Er worden elementen links en rechts uit de dertigjarige historie van de transformers geplukt en Bay lijkt zelf niet eens meer te weten waar zijn vorige films over gingen. Er is geen continuiteit, geen logica en geen karakterontwikkeling. Niet bij de Transformers tenminste, want die doen er toch niet toe. Sterker nog, van sommige Autobots wordt de naam niet eens genoemd. Wel wordt meneer Yeager steeds bij naam genoemt. Een naam die een niet te missen steek is naar Del Torro’s Pacific Rim. En de Dinobots waarmee Bay pronkte -welke hij nooit zou gaan gebruiken want hij haat ze- komen zo slecht uit de verf dat het gewoon treurig is. Wederom krijgen de mensen weer de meeste focus in de film. Dat is nog tot daar aan toe, maar als de actie met de Transformers op de achtergrond of zelfs buiten beeld gebeurt dan ben je als filmmaker toch echt het spoor bijster. En nogmaals, die spectaculaire gevechten zouden pas echt geweldig zijn als ze die vervloekte camera eens stil hielden zodat je als kijker ook daadwerkelijk kan zien wat er gebeurt!

Maar geen kwaad woord over Michael Bay hoor, geen enkele. Voor hem is een criticus toch niet meer dan een klagende drugsverslaafde. Onlangs zei hij nog over critici: ¨Laat ze maar klagen want ze gaan toch wel naar mijn film toe. En daar heeft hij dan toch weer gelijk in gekregen. Het was een slechte trip en ik kwam weer bij in een bioscoopzaal met een ticket in mijn hand. Maar dat nooit weer. Dit was echt de laatste keer dat ik een Bayformers film keek, beloofd.

Nouja, misschien nog ééntje dan…