Python

Kijk, duidelijkheid voorop is een mooi gegeven. De cover en titel geven meteen prijs waar deze film over gaat. Het is geen drama over een man die men naar een slang vernoemd heeft ofzo, maar een film over een verrekt grote slang die mensen opeet. En ja, als de cover en titel al zo ‘in your face’ zijn, dan heeft het geen zin om een verhaal te vertellen gehuld in mysterie. In de openingssequentie zien we een militair vliegtuig door een stormachtige nacht klieven. Het personeel aan boord beslaat 1 leidinggevende (die blijkbaar ook dubbele dienst draait als de enige piloot) en een soldaat die een grote houten krat bewaakt in de laadruimte. Geen prijzen als je raadt wat er zich in dat houten krat bevindt. Ook ga je je afvragen waarom men voor hoogst geheime transportprojecten in het leger (in B-films dan toch) altijd de minst snuggere manschappen inzet, want de bewaker besluit een plank uit de krat los te breken en eens naar binnen te piepen.

Meteen wordt duidelijk hoe groot de slang eigenlijk wel niet is, want met zijn staart slaagt het beest er in de zijwand van het vliegtuig te doorbreken. Het vliegtuig stort daarna ergens in een bos neer (zo overduidelijk CGI dat het een filmpje uit een goedkoop videospel lijkt) en meteen wordt ook het vakje ‘sexuele inhoud’ afgekruist met een paar seconden niets verhullende lesbische sex (toch zeker gezien het feit dat het hier een TV-film betreft). Tijdens deze sexscène wordt meteen ook duidelijk dat de makers het nodig vonden om de film met vleugjes humor te doorspekken. Toevallig heeft 1 van hen trouwens haar huisdier mee en dit is een wurgslang op normale hoogte. Het is dan ook lachen geblazen als plots blijkt dat deze wurgslang tijdens het vrijen zijn glibberige kop opsteekt! Alle gekheid op een stokje, hier en daar zorgt dat wel voor een amusant moment, doch vrolijk wordt men er niet van. Aangezien het lesbisch koppel meteen op het scherm tevoorschijn komt na het crashen van het vliegtuig en dat ze aan het kamperen zijn, wilt dit ook zeggen dat zij de volgende slachtoffers zijn.

In het 1e kwartier houdt men de slang nog grotendeels uit beeld, daarna mag dit creatuur zich in vol ornaat tonen. Hier en daar krijg je een shot te zien van zijn staart, wat uit latex bestaat, doch voor alle andere momenten krijg je een dier te zien dat volledig uit bits en bytes is opgetrokken. Voor een film met een overduidelijk laag budget is dat wel te begrijpen, zeker als je momenten wilt hebben waar de slang getoond wordt terwijl die bvb. iemand in een auto achtervolgt, ik zal het alleen altijd jammer vinden dat de luie computer-oplossing wordt geprefereerd boven inventieve camerabewegingen in combinatie met uitgekozen momenten waar een tastbaar model te zien is. Een leuk feit is dat er voor deze film blijkbaar een slangenhoofd gemaakt is en gebruikt tijdens het maken van de film, doch je krijgt het nooit te zien. Wat wilt zeggen dat men tijdens na-productie alles met een CGI-sausje heeft overgoten. Doodjammer of het moet zijn dat de kwaliteit zo abominabel was natuurlijk.

Van betere makelij zijn de door slangenzuur compleet versmolten lijken die men her en der terugvindt. Da’s ook zowat het enige noemenswaardige qua gore wat er te vermelden valt, uitgezonderd een coole onthoofding. Die onthoofding vindt dan ook nog eens plaats tijdens de leukste scène van de hele film, waar een gladde makelaar genaamd Kenny The Closer (die door de vertaling trouwens Kenny Koopcontract wordt genoemd!) een weduwe een huis probeert te verkopen in een gesprek waarbij de sexuele spanning tussen hen zwaar overdreven wordt. Het was de enige keer wanneer ik de gebruikte humor enigszins geslaagd vond. Én het is het enige moment in de film waarbij ik het gevoel had dat ik naar een monsterfilm zat te kijken die de moeite waard was. Men heeft namelijk de dodelijke fout gemaakt om een vrij simpel gegeven (gemuteerde monsterslang komt in een stadje terecht, maakt slachtoffers, held en zijn vrienden bestrijden de slang) aan te vullen met karakters en hun uiterst oninteressante besognes en daar veel te veel tijd aan te besteden.

Laten we een kat een kat noemen, ook in gouden jaren van de horrorfilm waren er verhalen met misdaden tegen de logica. Deze film is daar geen uitzondering op. Hoe kan het zijn dat zulk een enorme slang (die echt geen moeite doet om zich te verbergen) op geen enkel moment wordt opgemerkt? En hoe kan het dat de slang, die met gemak liters zuur over een slachtoffer kan spuwen, dit plots vergeet te doen in het laatste halfuur van de film, waardoor de belangrijkere personages telkens kunnen ontkomen terwijl ze allang dood hadden kunnen zijn? Dat is allemaal te vergeven, als er maar spanning is, als we de slang maar te zien krijgen terwijl die op creatieve manieren zijn slachtoffers naar de eeuwige jachtvelden helpt. Maar nee, de slang houdt zich tot ongeveer het laatste 40 minuten vrij gedeisd en tot dan krijgen we een hoofdpersonage, John, wiens vader gestorven is en die in onmin leeft met zijn broer (origineel!), Greg de hulpsheriff die gedumpt is door zijn vriendin, die op haar beurt verliefd is geworden op John (oh, intrige!) en Anton Rudolph ,een geleerde die af en toe Duits spreekt en wel héél lovend over de reuzenslang spreekt (kan je raden welke rol in deze film voor Robert Englund is?).

Opvallend is de hoeveelheid acteurs en actrices die meedoen en wiens gezicht of naam je meteen bekend voorkomen. Casper Van Dien, die het geluk had om mogen mee te doen in Starship Troopers, speelt een personage waarvoor die feitelijk zo’n 20 jaar te jong is. Jenny McCarthy mag even opdraven en al snel weer het podium verlaten (toegegeven, ze ziet er wel vrij knap uit). Johnny uit The Karate Kid (de blonde rivaal van Daniel-San) is opgegroeid en staat deze keer aan de kant van het goede. En dan zijn er nog een resem acteurs die je qua smoelwerk herkent of die toch een heel palmares hebben opgebouwd. Dat betekent niet (automatisch) dat er goed acteerwerk wordt afgeleverd, maar het houdt wel in dat er niet tot een verschrikkelijk laag niveau wordt afgegleden (al doet Casper Van Dien wel zijn best door zijn gezichtsspieren bijna niet te bewegen en zijn staalblauwe ogen en fijne snorretje al het acteerwerk te laten doen). Wacht even, er is toch 1 iemand. Sean Whalen (nog vrij sterk in The People Under The Stairs) heeft de eer het uitgesproken komische karakter te spelen van hulpsheriff Lewis, die al stuntelend en met een faux-machismo maar al te graag eens echt politiewerk wilt doen. Al van bij zijn introductie zou je hem het liefst een klap op zijn neus willen geven. Zijn dood wekt dan ook eerder opluchting dan medelijden op.

Al bij al levert het een kijkbare en compleet van scherpe kantjes ontdane monsterfilm op. Je geeft geen reet om de personages, de humor is grotendeels waardeloos en er gebeurt niets noemenswaardig, maar het valt uit te kijken. Je zal je weliswaar afvragen waarom deze film het 95 minuten moet uitzingen terwijl een goede kennis van het horrorgenre de makers het inzicht had gegeven om deze ongein niet langer dan 80 minuten te laten duren, ontdaan van al dat oninteressante gewauwel tussen de personages. Want je wilt toch wel zien hoe die slang mensen oppeuzelt? Nee, in de plaats zie je John en Greg, liefdesrivalen, die uiteindelijk op de vuist gaan tussen een stel spelende kinderen. Als ze uitgeput op de grond liggen, beginnen ze met elkaar te praten en in het volgende shot zitten ze rustig te keuvelen en zijn ze plots de beste vrienden. Pure onzin natuurlijk, net zoals de subplot waarbij John ten onrechte wordt beschuldigd van al die door zuur verteerde lijken die doorheen het slaperige stadje verspreid zijn. Het is allemaal opvulsel waar je geen trek in hebt en die potentiële slangenactie verhindert.

Een monsterfilm die waarlijk niks aanbiedt waarvoor je nodig moet gaan zitten. Het is dan ook een compleet raadsel dat men hiervoor een vervolgfilm op poten heeft gezet!