Godzilla (2014)

Dit jaar is het zestig jaar geleden dat Gojira (Godzilla) voor het eerst aan het japanse bioscooppubliek getoond werdt. Het is daarom ook niet meer dan gepast dat tijdens dit zestig jarige jubileum wederom een grote wereldstad met de grond gelijk gemaakt gaat worden door wat door velen als de grootvader aller monsters gezien wordt. Nou was Godzilla niet het eerste monster wat op het witte doek te zien was, maar zou wel de meest succesvolle monster franchise aller tijden worden met tweëendertig Japanse releases en vier van Amerikaanse bodem.

Niet elke film uit deze franchise werdt even goed ontvangen. De originele Godzilla was in de jaren vijftig een belichaming van de verwoestende effecten van de atoombom voor japan, waar Hiroshima en Nagasaki nog vers in het geheugen lag. In latere films zou dit beeld van tijd tot tijd wisselende gedaantes aannemen waarbij het monster soms de rol van een held aannam of het mindere van twee kwaden was in een epische strijd met een ander monster. Maar de in de Verenigde Staten gefilmde Godzilla uit 1998 is vrijwel unaniem verkozen tot de slechtste vertolking uit de hele franchise. De film had een fantastische promotie campagne, waarbij bijvoorbeeld vrachtwagens werden gebruikt als schaal voor slechts één van de voeten van het beest. De film liet na zijn release echter zo’n vieze nasmaak achter in de mond van de fans dat het monster werdt omgedoopt tot ‘Gino’ (Godzilla in name only).

Na dit laatste fiasco is het jarenlang stil gebleven rondom Godzilla in de VS. Maar toen in 2013 de eerste posters de komst van een nieuwe Godzilla aankondigde, waren fans sceptisch. Toen in 2014 de eerste trailers kwamen, hield menig fan zijn hart vast. De vorige was ook zo goed gepromoot.  Zou dit weer een drama worden? Dat gaan we nu beleven.

Het is 1999. In de Filipijnen is er ramp gebeurt in een steengroeve. Tijdens werkzaamheden op de bodem van de groeve is de grond onder de zware machines ingestort en is er een gigantische grot aan het licht gekomen. Ichiro Serizawa (ken watanabe) en Vivienne Graham (Sally Hawkins) zijn ingeroepen om de grot te onderzoeken. wat ze daar aantreffen is een fossiel van epische proporties. Vreemd genoeg lijkt er iets gehecht te zitten aan de botten wat niet dood is, iets wat lijkt op twee coconnen. Nou ja, één cocon, want de tweede is leeg en wat er ook in zat heeft een spoor van vernieling achtergelaten tot aan de oceaan.

Niet veel later worden er bij de Janjira kerncentrale in Tokyo vreemde seismische metingen waargenomen. Ingenieur Joe Brody (Bryan Cranston) woont samen met zijn Sandra (Juliette Binoche) en zoon Ford in tokyo en is toezichthouder bij de kerncentrale. Ze vertrouwen de metingen niet en terwijl Joe probeert het bestuur zover te krijgen om dit serieus te nemen, gaat Sandra met een team op onderzoek uit ergens in de kelders van het complex. De trillingen worden echter erger en er onstaat een lek in de gangen waar Sandra zich bevind. Ze probeert nog te vluchten maar het mag niet baten. Joe probeert haar nog te redden maar kan alleen machteloos toekijken als de gepantserde deuren tussen hun sluit. Tijd voor rouwen is er echter niet, want er volgen meer catastrofale bevingen. Ford, wiens school inmiddels geëvacueerd wordt, ziet vanuit het klaslokaal hoe in de verte de hele kerncentrale instort.

We maken een sprong van vijftien jaar in de toekomst en Ford (Aaron Taylor-Johnson) is inmiddels opgegroeid en een bomspecialist bij de marine geworden. Hij is net goed en wel thuis op verlof bij zijn vrouw Elle (Elizabeth Olsen) en zoontje Sam (Carson Bolde) Als er een telefoontje komt uit Tokyo. Zijn vader is gearresteerd omdat hij had lopen rondneuzen in quarantine-zone rondom de oude kerncentrale. Ford is zijn vaders obsessieve gedrag zat en gaat naar Tokyo om hem op te halen. Nadat hij zijn ouwe heer bij het politiebureau heeft opgehaald weet Joe zijn zoon ervan te overtuigen om nog één keer de quarantine-zone in te sluipen, om data uit hun oude huis op te halen. Hij is er namelijk van overtuigd dat het geen aardbevingen waren, maar iets anders. Hierin slagen ze, maar het zal niet lang duren voor ze weer opgepakt worden. Deze keer worden ze echter meegenomen naar de oude kerncentrale, waar blijkt dat het mysterieuze beest uit de Filipijnen zich in een reusachtige cocon in de ravage gevestigd heeft. En nog voordat Joe al zijn expositie kan spuien gebeurt het onvermijdelijke in een monsterfilm: de cocon komt uit!

Maar wacht, waren er niet twee van die coconnen?

De tweede cocon blijkt uiteraard ergens in de VS opgeslagen te zijn en is inmiddels uitgekomen. De twee monsters lijken op elkaar, maar zijn toch verschillend. Het blijken een mannetje en een vrouwtje te zijn en ze zoeken elkaar. De ravage die de twee in hun zoektocht naar elkaar achterlaten is niet te overzien. Maar er is nog een probleem. De tortelduifjes hebben de aandacht getrokken van niemand minder dan de koning der monsters zelf; Godzilla! Maar gaat Godzilla de wereld van de ondergang behoeden, of zal hij er een steentje aan bijdragen?

Godzilla fans alom kunnen weer rustig adem halen; Gareth Edwards weet wat hij doet. Niet alleen dat, hij toont ook nog eens dat hij respect heeft voor het bronmateriaal en dat hij ballen heeft. Toegegeven, met de introductiebeelden en de scenes op de Filipijnen krijgt de kijker even de indruk dat het dezelfde kant op zal gaan als Gino, maar dat draait al heel snel bij en hoe. Beelden van een nuclaire ‘test’ geven een knipoog naar het originele thema van Godzilla uit 1954. Maar met het instorten van de kerncentrale en een latere subtiele verwijzing naar Hiroshima verandert die knipoog in een respectvolle buiging naar het hele originele verhaal met een actuele verwijzing naar de ramp in Fukushima. Hoewel Godzilla in eerdere films af en toe op haast ludieke wijze werdt neergezet, laat Edwards zien dat hij de boodschap van de eerste film respecteert en durft het op dezelfde manier te brengen.

Maar het houdt daar niet op. De film is werkelijk overladen met verwijzingen en eerbetuigingen aan zijn voorgangers. Ondanks dat Godzilla volledig CG geanimeerd is, ziet hij eruit alsof het een man in een pak zou kunnen zijn, net zoals hij vroeger was. Hij gedraagt zich ook zo, maar dan wel weer op een realistische manier en dat was iets wat Gino niet voor elkaar kreeg. Die probeerde ze weer te natuurlijk laten bewegen en reageren, waardoor het totaal niet meer de charme van een oude Godzilla-film had. De monster-gevechten zijn perfect in elke zin en bevatten alles waar je als fan op hoopt. En de beruchte parachutesprong scene uit de trailer pakt in de film zelfs nog veel beter uit dan je ooit zou kunnen hopen. Gelukkig weet Edwards de meeste amerikaanse monsterfilm clichés te vermijden en loopt de film niet zo af als je zou verwachten.

 

Ik kan weer opgelucht ademhalen en heb niets dan lof over deze film. De kijkers die toch hun schouders ophalen bij deze film kunnen dan maar beter de hele franchise negeren. Want als deze film één ding bewijst, dan is het dat Godzilla nog steeds Koning aller monsters is.