Bloodfist VIII: Trained to Kill

Poster voor de film ""

Bloodfist VIII: Trained to Kill

85 min - Action
Your rating:

Language:  English
Release Date:  1996
Director:  Rick Jacobson
Runtime:  1 h 25 min


Tagline: There is only one escape for a man who knows too much.

En aldus komt er een einde aan een tijdperk, het tijdperk van de bloedige vuist! Ziekenhuizen in Manilla en Los Angeles moeten in deze tijdspanne van 7 jaar nogal wat patiënten over de vloer hebben gehad met gebroken neuzen en ribben. We doen er voor deze 7e sequel zelfs nog een extra land bij in de vorm van Ierland. Bloodfist goes Europe! Doch we openen in het oude en vertrouwde L.A. (volgens het verhaal, doch de film is volledig op locatie geschoten in Ierland) met een weemoedige straatmuzikant die zijn saxofoon eens goed onder handen neemt terwijl zijn hond toekijkt. Een oudere man gaat een nachtwinkel binnen om er boodschappen te doen. Een ruig uitziende kerel achtervolgt hem naar binnen. Na een kort gevecht wordt de oude man gedood en de winkeleigenaar (die tevergeefs een shotgun vanachter de toonbank uithaalt) krijgt een mes in zijn borst.

We ontmoeten Rick Cowan, gespeeld door Don Wilson. Hij is zowaar een wiskundeleraar (mét bril, zoals dat gaat) die zijn leerlingen met een hoop huiswerk naar huis stuurt. Onder zijn leerlingen zit Chris, zijn zoon. Die krijgt na de les een uitbrander dat hij 2 uur later thuis was dan afgesproken. Als repliek noemt hij zijn vader Rick en als kers op de taart heeft hij het over 15 jaar verwaarlozing! Dat noemen ze een stroeve relatie. Kijk, in genrefilms is dat een hele grote, rode vlag die je waarschuwt dat a) Chris ontvoerd wordt en Rick zijn liefde bewijst door hem achterna te gaan of b) ze samen een avontuur beleven waarbij hun band sterker wordt naarmate dat meer en meer snoodaards om het leven worden gebracht. Je kan er dan ook vergif op innemen dat Rick zich niet altijd braaf met algebra, vierkantswortels en meetkunde heeft bezig gehouden.

Rick heeft wel de nodige aandacht van vrouwelijk schoon, want terwijl hij bezig is in een leeg klaslokaal met het voorbereiden van een test zitten 2 leraressen hem te begluren. Het treft dan ook nog eens dat de knappe vervangster hem uitvraagt op vrijdag. Opnieuw volgt er een cliché in de vorm van Rick’s vroegere vriendin, die in een auto-ongeluk omgekomen is. Zoon Chris heeft minder succes als hij een oudere studente wilt uitvragen. Op de koop toe wordt hij vernederd door 2 pestkoppen. Maar Chris is slimmer dan hij laat uitschijnen als blijkt dat hij zijn radio, het doelwit van het schorem, van een kleine valstrik heeft voorzien. Want zodra 1 van de schoffies er een cassette mee wilt afspelen, wordt hij geëlektrocuteerd, met rook en komische elektriciteit (die niet zou misstaan in een aflevering van Goosebumps)! Zelfs zijn kompaan kan gegniffel niet onderdrukken! Het hart van de studente is in ieder geval gesmolten voor deze gedurfde streek.

Ten huize Cowan barst er opnieuw een discussie los over Chris’ onverantwoorde actie. De gespannen sfeer wordt echter onderbroken als er een rode laserpunt op het voorhoofd van Rick’s zoon verschijnt en op het nippertje kan voorkomen worden dat zijn hersens de muur beschilderen. Het meubilair heeft minder geluk. Rick, die net zijn zoon heeft aangegeven dat geweld niet de juiste weg is, geeft het slechte voorbeeld door 4 gangsters helemaal lens te slaan (eentje is de kerel uit de openingssequentie, wat aangeeft dat deze iets langer gaat meedoen in de film). Chris wilt zich laten gelden en neemt een UZI van de grond, maar de terugslag laat hem komiek achterover vliegen in de zetel (een beetje luchtigheid mag wel). Dit voorval vormt dus het begin van een hels avontuur, een soort Tom Clancy ultra light (want er is een intrige, maar vrij modaal uitgewerkt).

Ook roept de film af en toe herinneringen op aan de jaren ’80 actiefilm, waarbij de held een macho is die zonder problemen alle problemen met excessief geweld van de kaart veegt. Neem nu zijn ontmoeting met zijn vroegere baas, Powell. Dat gebeurt niet gewoon met een afspraak zoals beschaafde mensen dat doen. Neen, Rick is helemaal losgeslagen en gaat naar een overheidsgebouw, slaat er 2 bewakers op hun neus, gaat de trappen op naar het kantoor om nog eens 2 bewakers alle sterren van de hemel te laten zien, waarna Powell op hem afkomt, klappend en bewonderenswaardig opmerkend dat hij nog niets van zijn kwaliteiten verloren heeft. En dit alles terwijl hij Chris op sleeptouw neemt. Wanneer alles wat bedaard is, gaan ze op Powell’s kantoor wat bijpraten. Tijd voor nog meer onthullingen!

Rick Cowan lijkt niet de echte naam te zijn van onze protagonist, maar wel George MacCready. Dat klinkt verdacht Iers en vooral een detail dat er wat met de haren bijgetrokken is, want uiteraard zie ‘The Dragon’ er niet uit alsof hij ook maar enige Ierse achtergrond heeft. Later zal nog blijken dat zijn vrouw vermoord is (en de slachtoffers van de moordaanslagen zijn Rick’s oude teamleden), doch nu twinkelen Chris’ ogen als hij hoort over zijn coole pa. Powel voegt er fijntjes aan toe dat Rick/George “de beste in zijn vak” was en moet bijna naar lucht happen. Dit soort schaamteloze verheerlijking van de moorddadige kwaliteiten van de hoofdrolspeler zag je ook veel in ‘macho power fantasy’ actiefilms zoals Commando en First Blood Part II ten beurt vallen aan uit zijn voegen barstende vleesklompen als Arnold Schwarzenegger en Sylvester Stallone. Helaas is deze film op alle vlakken minder excessief, waardoor er nooit de hoop kan zijn om dezelfde pret er uit te halen, maar Bloodfist VIII heeft wel zijn momenten.

Wanneer de actie uit achtervolgingen per auto of schietpartijen bestaat, dan is het allemaal best OK (de special effects en stunts zijn zeker behoorlijk te noemen). Helaas is er tijdens de vechtscènes iets te scherp gemonteerd en iets te dicht op de huid gezeten van de acteurs, waardoor een aantal gevechten (zoals in een Ierse pub) vrij moeilijk te genieten zijn. Raar dat in de jongste Bloodfist dit een probleem moet zijn terwijl eerdere films hier over het algemeen geen last van hadden. Deze film heeft daarentegen wel het voordeel om in Ierland gefilmd te zijn. Landschappen, de architectuur (zoals het kasteeltje waar Rick zijn intrek neemt) en de voertuigen… het geeft toch een ander gevoel dan dat je weer in Amerika terechtkomt. Leuk ook voor ons Belgen is dat de Ierse hoofdinspecteur wel heel fel lijkt op Bart De Wever!

Weet je waar actiefilms in de jaren ’80 ook in schitterden? In het voorzien van antagonisten waar je van opkeek. Ik kan me zo Bennett uit Commando voor de geest halen bijvoorbeeld. In leer gekleed, met een grote snor onder zijn neus en leuke one-liners spuiend. Of Fraker, de bendeleider uit Death Wish 3 die met een bazooka opgeblazen wordt. Ze waren altijd ‘bigger than life’ en stierven op een in het oog springende manier. De 1e hoofdslechterik hier (er is nog een 2e, want in dit soort films is niets wat het lijkt!) doet je vooral denken aan een hooligan die ze een pistool in zijn handen hebben geduwd, zonder enige one-liner ook. Ook de one-liners van onze Don zijn bedroevend en teleurstellend. In deze film is zijn gebrekkige acteerwerk tijdens de meer inhoudelijkere scènes trouwens wel een gevoelig punt. Zelfs de uiteindelijke eindbaas (om even een videospelterm te gebruiken) overtuigt meer wanneer hij bij het lijk van zijn vriendin staat!

Maar wanneer zoon Chris als een echte MacGyver een bom maakt en daarmee een handlanger laat exploderen, dan kan je toch nog eens goed lachen met zulke fratsen (zo vader zo zoon!) en een beetje droef zijn dat deze serie afgelopen is. Degelijk entertainment om mee af te sluiten!