Bloodfist VII: Manhunt

Poster voor de film ""

Bloodfist VII: Manhunt

95 min - Action, Thriller
Your rating:

Language:  English
Release Date:  1995
Director:  Jonathan Winfrey
Runtime:  1 h 35 min
Writers:  Brendan Broderick, Rob Kerchner


Jazz zo gladjes als ijzel op een Belgische winteravond speelt over beelden van Don ‘The Dragon’ Wilson, die ’s nachts over de Amerikaanse wegen rijdt. Deze keer neemt hij de rol van Jim Trudell op zich. Hij stopt bij een bar waar een resem bikers buiten staat te keuvelen op hun stalen ros. Wanneer hij de bar wilt binnengaan voor een biertje wordt hij tegengehouden door 2 grapjassen die denken hem geld af te troggelen. Zij kennen blijkbaar niet tot wat ‘The Dragon’ in staat is! Dat zou eigenlijk wel moeten, want 1 van hen is Rick Dean, een acteur die ook al een (grotere) rol had in Bloodfist III (hij is trouwens niet de enige die opnieuw van de partij is). Blijkbaar houdt men van familiariteit in de casting. Toegegeven, hier is het logischer aangezien de films sinds sequel nummer 2 bestaan uit producties die nooit gepland waren als sequels, maar waar een simpele toevoeging van Bloodfist in de titel daar snel verandering in bracht.

Enfin, het spreekt voor zich dat de nozems het zich al snel beklagen, want Jim maakt er korte metten mee. Op zijn beurt beklaagt Jim het zich dat hij hier is gestopt voor een biertje, want hij moet er 5 dollar voor betalen, wat hij met tegenzin doet. Daar ziet hij echter een mysterieuze vrouw in een sjiek kleedje. Hij wilt haar versieren doch wordt opnieuw onderbroken door de nozems. Na opnieuw hen met de neus op de harde feiten te hebben gedrukt, gaan de poppen aan het dansen. Maar ondanks een overmacht van meer dan een dozijn uit de kluiten gewassen bikers triomfeert Jim en neemt hij de vrouw, Stephanie, mee in zijn wagen. Ze besluiten samen te overnachten in een hotelletje. Jim’s begerige ogen ten spijt blijft het bij enkel slapen. Sterker nog, de volgende dag blijkt Stephanie er vandoor te zijn gegaan met zijn auto! Jim blijft niet bij de pakken zitten, neemt een lift met een gek die zich suf rookt aan joints en vindt Stephanie’s BMW (1 van die plotwendingen waarbij je je eigenlijk niet mag afvragen “hoe wist hij waar haar wagen stond?”). Aangezien ze haar sleutels achtergelaten had, kan hij er op zijn beurt met haar dikke bak vandoor gaan.

Hij gaat haar opzoeken bij haar thuis, doch niemand doet open. Als hij langs de achterdeur binnendringt, blijkt dat er ingebroken is. Daar komt nog bij dat een onbekende man Jim aanvalt en probeert te wurgen. Er wordt snel komaf mee gemaakt. Wanneer blijkt dat de onverlaat een rechercheur was en hij daarna wordt ingerekend door 2 agenten. In wat voor wespennest is Jim nu terechtgekomen? Tijdens de ondervraging houdt hij zijn onschuld vol, wat de politie uiteraard niet wilt geloven. Hij wordt dan weggebracht naar zijn cel, maar in de plaats daarvan rijdt men met hem naar een afgelegen gebouw dicht bij een autokerkhof. Daar wordt hij in elkaar geslagen terwijl men hem vraagt naar een videoband. Al snel wordt het duidelijk dat de agenten in kwestie corrupt zijn en dat ze Jim verdenken om een handlanger te zijn van Stephanie. Met een list en wat lenigheid kan Jim ontsnappen en 1 van zijn belagers doden. Vanaf nu staat hij geseind als een moordenaar van agenten en begint de jacht op hem.

Waar de voorgaande films in de geest waren van een aantal hoger gebudgetteerde voorbeelden als Bloodsport, Kickboxer, Die Hard,… zo ook is deze geïnspireerd op een andere film, in dit geval The Fugitive. Het is een heel stuk rommeliger maar gelukkig wel met een degelijk tempo waar de verveling niet snel zal toeslaan. Ik ga een beetje als een compleet grijsgedraaide LP klinken, maar Don is op zijn best als hij zijn fysieke vaardigheden kan aanwenden (hij loopt, springt, slaat, schopt en schiet er op los) en buiten zijn comfortzone als hij moet acteren (bekijk de dialoogscène met Stephanie als hij met haar wegrijdt maar eens, waar de chemie ontbreekt en waarin zoveel gemonteerd is waardoor de menselijke interactie wel heel mager overkomt). Daarbuiten zijn er eigenlijk 2 personages die er bovenuit springen.

Kapitein Doyle, gespeeld door Steven Williams (horrorfans kennen hem waarschijnlijk uit Jason Goes To Hell), is een man van weinig woorden, stoïcijns en hard, doch rechtvaardig. De acteur heeft het grootste charisma en is feitelijk ook de beste acteur van de gehele film. Enigszins een stereotiep karakter, maar wel heel leuk om naar te kijken. Het 2e personage is Tubbs, gespeeld door Cyril O’Reilly (Porky’s 1 & 2, Bloody Birthday). Zoals dat gaat in dit type film leren we dat Jim een ex-Special Forces is. Wel, Tubbs was zijn legervriend. Het wordt nergens expliciet gezegd, maar luisterend naar hun dialogen blijken ze samen in Vietnam gediend te hebben. In de 5 à 10 minuten dat hij in het verhaal een rol speelt, wordt al snel duidelijk dat Tubbs een hele tragische figuur is, bijna op het komische af!

De 1e maal dat we hem op het scherm zien, is via een telefoongesprek. Tubbs is kwaad dat Jim hem stoort om 7u ’s ochtends. Zou ik ook zijn, eerlijk gezegd, alleen eindigt het met Tubbs die lustig van een biertje drinkt. Met andere woorden, het is een alcoholicus. In de laatste 20 minuten zien we hem in volle ornaat. Hij zit in een rolstoel en slijt zijn dagen in zijn rommelige appartement als een hacker. Jim vraagt hem te helpen, wat hij met tegenzin doet. Als even later blijkt dat de hackpoging onderschept wordt en de antagonist onderweg is, leent Tubbs zijn Harley aan Jim. Want, voegt hij er fijntjes aan toe, hij kan hem toch niet meer gebruiken. Wanneer de slechterik dan het appartement binnendringt, houdt Tubbs zich van den domme. De vraag of hij het er leven vanaf gaat brengen, moet eigenlijk niet gesteld worden! In de finale kan er bij Jim gelukkig wel een woedebui vanaf voor zijn maat.

De actie bevat een gezonde variatie. Af en toe wordt er eens een onderarm op een adamsappel geplant, dan wordt er met een UZI geschoten. Jim is er ook niet vies van om een handlanger te gebruiken als levend schild wanneer een andere snoodaard het vuur op hem opent. Er zijn een aantal intriges die op het einde onthuld worden (vrij kleinschalig) en je krijgt weer een aantal locaties te zien van Los Angeles die je niet altijd te zien krijgt in grootschaligere producties (vooral bij een vuurgevecht in een achterbuurt waar een aantal zwervers rondhangen). De plot zelf is niet altijd even sterk, maar er zitten hier en daar een aantal interessante toetsen aan. De manier waarop Jim Trudell uit de handen van de politie blijft. Met een list weet hij medicatie en verband uit een ziekenwagen te stelen (hij is in een vorig gevecht verwond geraakt) of hij verbergt zich in een vuilniscontainer om er te slapen. Hij heeft zelfs oog voor een aantal zwervers die op de straat liggen. Zijn realistische menselijkheid is vrij goed geportretteerd, de man loopt niet als een Rambo door de straten op zoek naar het bewijs voor zijn onschuld.

Minder realistisch is het feit dat iedereen (kapitein Doyle, agenten, bendeleden,…) mist als ze op hem schieten. Ik bedoel maar, soms loopt Jim in zulk duidelijke lijn van de geweerlopen dat je blind moet zijn om te missen. Sterker nog, in de finale wordt (in een hilarisch gemonteerde confrontatie die ‘so bad it’s good’ status benadert) hier nog een schepje bovenop gedaan! Aan de andere kant is het wel goed om te zien dat in de gevechten Jim Trudell geen übermensch is die niet geraakt wordt. Er vallen klappen aan beide kanten en ook al komt Jim er uiteindelijk als overwinnaar uit, hij zal toch wel een aantal dagen moeten revalideren. Het beste wat ik misschien nog kan zeggen van deze 7e Bloodfist is dat hij heel herkijkbaar aanvoelt. En dat komt volgens mij door het vlotte tempo, de variatie en het karakter van kapitein Doyle, die misschien zelfs nog wat meer in beeld had mogen komen.

Het is misschien niet de beste, maar ik denk wel de leukste film uit de reeks tot nu toe.