Bloodfist II

Jake Raye heeft zijn kickbokscarrière opnieuw opgepikt. Sterker nog, hij heeft na zijn avontuur op het Ta Chang toernooi (of speelt deze film zich nog vóór de gebeurtenissen van het origineel?) de smaak van het kickboksen weer helemaal te pakken gekregen en zijn oude niveau snel terug te pakken. Tijdens de wedstrijd voor het kampioenschap trapt hij zijn tegenstander echter zo hard tegen het hoofd, zodat deze overlijdt. Jake beslist nooit meer te vechten. Enige tijd later belt zijn vroegere vriend Vinny hem op vanuit Manilla om hem daar te helpen met een gokschuld. Jake geeft toe en reist hem achterna. Onmiddellijk bij aankomst staan verschillende mensen hem naar het leven. Zijn zoektocht brengt hem naar een sportschool, waar hij na een moedige strijd gedrogeerd wordt. Hij wordt naar het eiland van de stinkend rijke gokker Su gebracht voor een nieuw toernooi op leven en dood.

Voor het gemak van een sequel worden een aantal details uit de 1e film vergeten. Waar Jake daar nog kloeg over het ontbreken van een nier die hij aan zijn broer gedoneerd had, daar is hij hier een stuk harder geworden en heeft hij daar helemaal geen last meer van. Ook had hij in het begin van die prent gezegd dat hij nooit meer zou vechten, maar ja, na zo’n dodelijk toernooi is de adrenaline helemaal gestegen en is dat allemaal vergeten. Anders had je uiteraard ook helemaal geen film. Opnieuw toont Don “The Dragon” Wilson het beste van zichzelf. De vechtscènes zijn iets beter gefilmd en duren ook langer. Niet alleen dat, ze beslaan nu ook het merendeel van de speelminuten. Opnieuw wordt het ene gebalanceerd met het andere en heeft de beste man nog steeds veel moeite om enigszins geloofwaardig zijn emoties uit te beelden. Desondanks is hij voor dit soort genrefilm een degelijke ‘leading man’.

Waar in het origineel Vic Diaz (een veteraan van Filipino exploitation) een kleine rol had, heeft men hier Robert Marius een aanzienlijkere rol gegeven. Wie, zal je zeggen? Wel, de man heeft een aantal laat-jaren-’80 Italiaanse horrorfilms opgefleurd met zijn aanwezigheid, niet in het minst Zombie Flesh Eaters 2, waar hij zich van zijn hilarisch slechtste kant liet zien. Ook hier slaagt de man er in om wat leven in de brouwerij te brengen met zijn over-the-top prestatie van Dieter, een slijmerige wetenschapper die een steroïdenmengeling heeft gecreëerd. Met zijn wilde ogen en wat theatrale acteerstijl steekt hij boven de verder redelijk normale rolbezetting uit. Over die rolbezetting is trouwens nog wat anders te melden.

In een staaltje opperste respectloosheid voor geloofwaardigheid spelen een aantal acteurs uit de 1e film hier ook mee, maar in andere rollen. De broer van Jake uit Bloodfist 1? Hij wordt hier door Jake zelve in het openingsgevecht tot moes geslagen. Ik kan me voorstellen dat dit voor de nodige verwarring zou kunnen zorgen, maar dit wordt nog gecompenseerd doordat de arme man in beide films redelijk snel onder de grond wordt gestopt, en dan nog eens in het begin van de film. Ik vermoed dat men er op rekende dat het publiek in het begin nog niet echt aan het opletten is. Dat zal niet opgaan voor Joe Mari Avellana, die we kennen als Kwong en hier de gladde snoodaard Su speelt. Met zijn beleefde cool en ijzige blik (alsook de interessantste rollen in beide films) brengt hij er het op kwalitatief vak het beste van af.

Waar Bloodfist 1 af en toe nog wat de aandacht kon verliezen van de kijker, is daar hier minder sprake van. Men heeft het verhaal simpeler gehouden en het aantal vechtscènes flink opgeschroefd. Ditmaal wordt er specifiek gekeken naar Enter The Dragon, waarbij een aantal vechters naar een afgelegen eiland worden gebracht om daar te gaan vechten voor hun leven. Ze moeten het namelijk opnemen tegen de vechters van Su, die hen met de experimentele steroïden inspuit om zo het middeltje te verkopen aan geïnteresseerden. De smeerlappen mogen dan ook meekijken in de arena waar er stevig geknokt wordt, wat resulteert in brutale gevechten, zonder dat het echt goor of smakeloos wordt. Het tempo ligt daardoor ook redelijk hoog en je hebt zo minder kans om na te denken over enkele plotelementen die wat vergezocht zijn of ongelukkig afgewerkt.

Zo krijgen we in het begin dus een telefoongesprek tussen Jake en zijn vriend Vinny te zien. Na dit gesprek blijft de camera nog even op Vinny’s gezicht hangen. Ik hoef niet te vrezen dat ik een goedbewaard geheim verklap door te melden dat Vinny een dubbelspel speelt en hoop dan ook dat het niet de intentie was van de makers om dit in het midden van de film tot een verrassende onthulling te laten leiden. Verrassend is wel de nonchalance van Su, die verder overkomt als iemand die zijn zaakjes in orde heeft. Zo heeft hij een handlangster, Mariella, die hij als kind van het harde straatleven gered heeft. Wanneer ze uiteindelijk revolteert tegen Su weet ze te ontsnappen, maar kan niet het landhuis uit waar het toernooi plaatsvindt. In plaats van een bataljon wachters naar haar te laten zoeken, wordt echter af en toe 1 sukkel er op uitgestuurd en geeft men haar dus zo de mogelijkheid om later in het verhaal nog flinke stokken tussen de wielen te laten steken.

Omdat Mariella het enige vrouwelijke personage is dat dialogen heeft, is ze dus ook voorbestemd om Jake het hoofd op hol te laten brengen. Uiteindelijk, wanneer Jake en Mariella zich verbergen achter een kast terwijl men naar hen op zoek is, wordt er flink gezoend. Net daarvoor heeft Jake haar het vuur aan de schenen gelegd over haar alliantie met Su. Hij merkt op dat ze van de zweep gekregen heeft (letterlijk). Een teder moment volgt waarin Mariella met enige nostalgie vertelt hoe Su haar als kind wel lieflijk behandelde. Waar is het misgelopen? Jake verwoordt het prachtig met “Welcome to the real world, muchacha!”, het type tekst waarvoor je normaal de handen voor de ogen slaat, doch wat perfect past in een macho B-film. En uiteindelijk is Mariella ook geen katje dat je zonder handschoenen kan aanpakken. In een visueel grappige scène zien we de gezichten van 2 bewakers. Dan krijgen we een blik op haar handen achter haar rug, waar ze 2 halters vasthoudt. Een uiterst pijnlijke blik van de arme drommels volgt. Raad maar eens waar die halters terechtgekomen zijn!

Het eindtoernooi is de gehoopte finale van een hele rits gevechten doorheen deze rit van 80 minuten. De vechters tonen hun verschillende stijlen (boksen, worstelen, taekwondo,…) in gevechten die goed in beeld worden gebracht zonder al te veel gemonteer. Bij een confrontatie blijft 1 van de protagonisten zelfs gewoon in kleermakerszit op de mat zitten! Het zal niet verbazen dat Jake zijn oude vriend Vinny mag bekampen. Hij probeert hem te overtuigen om het vredig op te lossen, waar Vinny uiteraard niet op ingaat. Grote vergissing! Dit maakt Su pissig en het ontaardt in 1 grote ‘free for all’ waarbij de vuisten, voeten en wapens in het rond vliegen. Een bewaker is zo stom om op Jake, die een shotgun vasthoudt, af te rennen. Zelfs de special effects man moet even opdraven als iemand een speer door zijn lijf gestoken krijgt. Het gevecht verplaatst zich naar buiten, er volgt ook nog een onthulling (weliswaar met weinig invloed op het verhaal) en de losse eindjes worden aan elkaar geknoopt. Ik heb me zowaar niet verveeld!

Dit is een degelijke actiefilm op kleine schaal waarbij je gerust de hersens even kan laten rusten. Wie gaat de volgende keer het pad van Jake Raye kruisen? Of is dat een vraag die onbeantwoord blijft? Stay tuned!

https://www.youtube.com/watch?v=zr8_L9F4m78