Aliens

Zeven jaren voor het publiek, 57 jaren voor Ellen Ripley: zo lang heeft het geduurd voor dat de xenomorph plaag de kop weer doet opsteken. In 1984 legt James Cameron de laatste hand aan ‘Terminator’, een film die een groot succes wordt en voor hem het groene licht betekent om een vervolg op het succesvolle ‘Alien’ uit 1979 te maken. In een tijd waar we nog niet doodgegooid werden met sequels was dit nog iets om naar uit te kijken (ook al betekende dit ook toen voor fans een potentiële ramp, aangezien niet veel sequels het niveau van hun illustere voorgangers halen). Het concept van ‘Alien’ was in 1979 zodanig nieuw dat men het publiek wist te verrassen, zoals men ook bijvoorbeeld met ‘The Exorcist’ deed een paar jaren eerder. Ook die film heeft een reeks vervolgen gekregen die geen van allen eer doen aan de klassieke eerste uit de serie. ‘Aliens’ krijgt hier voor elkaar wat veel sequels niet voor elkaar krijgen: het niveau halen van de voorganger ‘Alien’.

Het concept is ons anno 2008 overduidelijk, aangezien het in de afgelopen decennia troosteloos en tot vervelens toe is uitgemolken. Een groep mariniers gaat met Ripley terug naar de planeet LV-426 waar zij 57 jaren eerder voor het eerst in contact kwam met de xenomorph. Ripley is ‘puur door toeval’ gevonden door haar werkgever, Weyland-Yutani, terwijl haar ruimteschip door de eindeloze leegte van het heelal dreef. Op LV-426 bevinden zich inmiddels enkele tientallen kolonisten die ia terravorming de planeet bewoonbaar willen maken, allemaal in opdracht van Weyland-Yutani. Echter, het contact met de kolonisten is plotseling verbroken en men wil er een team op af sturen om te achterhalen wat er is gebeurd. Ripley wordt geplaagd door nachtmerries over haar eerste ontmoeting met de xenomorph en besluit mee te gaan om haar angst meester te worden, en met de belofte dat de xenomorph vernietigd zal worden mochten ze er eentje vinden. Uiteraard gaat niet alles volgens de planning en moet Ripley zich weer opwerpen als leider in een situatie waar alleen zij weet hoe te handelen. Van alle kolonisten is enkel nog een meisje van ongeveer 10 jaar in leven, Newt (een rol vertolkt door Carrie Hen) en de nederzetting is overrompeld door xenomorphs. Meer aliens, meer vuurkracht, meer testosteron en meer ego: zie hier, het recept voor ‘Aliens’.

Nu zullen de meeste mensen misschien denken dat dit niets nieuws is, en op het eerste gezicht lijkt dit ook zo. Er wordt wederom een vrachtlading afgescheept richting de aliens waar zij dankbaar gebruik van mogen maken en uiteraard gaan ze allen hun dood tegemoet. De sfeer in ‘Aliens’ is echter beduidend anders dan in het eerste deel. Waar het eerste deel zich meer op het horroraspect richtte, is hier de actie meer benadrukt. Wat wil je ook, als je het leger die kant op stuurt? Denk nou niet dat we hier met een gemiddelde actiefilm te maken hebben, want horror is er nog steeds te vinden. Ripley en de mariniers gaan namelijk niet één maar tientallen xenomorphs tegemoet, inclusief hun gevreesde eierenleggende koningin. Dat we hier de gebruikelijke stereotype militairen te zien krijgen is enigzins te verwachten, maar storen doet het me niet. Koele leider, stoere army babe, overmoedige soldaat, we komen ze allemaal tegen. Ook op dit schip reist een androïde mee (Bishop, gespeeld door Lance Henriksen), iets waar Ripley na haar vorige aanvaring met een androïde niet zo erg blij mee is. De mariniers hebben al snel door waar ze tegenover staan en komen er vervolgens ook snel achter dat Ripley meer in haar mars heeft dan ze in eerste instantie gedacht hadden. Ripley zelf ondergaat ook een transformatie: uiteraard zien we haar ook hier als sterke vrouwelijke hoofdpersoon die de rest probeert te redden van de dreiging van de xenomorphs, maar ze onpopt zich ook tot zorgzaam moederfiguur voor Newt, die iedereen is kwijtgeraakt en maandenlang alleen heeft moeten overleven op LV-426. Aangezien niemand weet waar ze mee te maken hebben en ook bijna niemand het hoofd weet koel te houden, is het aan Ripley dus om de zaak weer op orde te brengen. Simpel, toch?

Cameron heeft voor ‘Aliens’ een aantal acteurs van stal gehaald die hem ook hebben geholpen van ‘Terminator’ zo’n succes te maken, te weten Michael Biehn, Bill Paxton en Lance Henriksen. De laatste weet hier prima zijn rol neer te zetten als androïde waarvan we niet weten waar zijn loyaliteiten liggen, een rode draad die is opgepikt uit het eerste deel. Michael Biehn vertolkt hier de rol van tweede officier in rang die de leiding over de resterende mariniers op zich moet nemen nadat zijn meerdere is omgekomen in het xenomorph nest. De xenomorphs zijn terug, alleen deze keer zijn het er meer, veel meer. De groep heeft echter ook de bechikking tot meer vuurkracht, wat de onderlinge verhouding tussen de twee kampen verandert ten opzichte van die eerste keer. Cameron heeft met ‘Terminator’ al aangeduid een prima actiefilm te kunnen neerzetten, eentje die de tand des tijds kan doorstaan. ‘Aliens’ doet daarin niet onder. Cameron heeft de donkere horrorsfeer uit het eerste deel weten te bewaren en voegt daar een mengeling explosieve actie aan toe. We krijgen meer te zien van de xenomorphs, een uniek en legendarisch filmmonster en eentje uit mijn persoonlijke top 3 van filmmonsters. Het ontwerp van Giger is hier iets gewijzigd ten opzichte van ‘Alien’, maar ze zien er nog steeds indrukwekkend en angstaanjagend uit. Het nest wordt prachtig uitgebeeld, als een griezelig buitenaards landschap waar wij mensen niet in thuishoren (als we weten wat goed voor ons is, wat de mariniers “gelukkig” niet weten). In de ‘Alien’ reeks is het helaal niet de ‘next frontier’, een groot avontuur dat op je staat te wachten. Hier is het een grote, kille, lege ruimte waar zich onbekende gevaren bevinden waar wij niet tegen op gewassen zijn. Die sfeer wordt visueel bijgestaan door donkere en onvriendelijke decors die je het idee geven dat je overal behalve daar wil zijn. Om elke hoek dreigt gevaar en er is slechts één goede actie: maken dat je wegkomt, als je niet al te laat bent. Nergens, maar dan ook nergens, voelt dit als een herhalingsoefening. Een andere invalshoek, dieper uitgelichte karakters (en dan bedoel ik met name Ellen Ripley), een grotere dreiging tegenover een militaire eenheid: dit alles voert de spanning wederom hoog op, naar een niveau gelijk aan zijn voorganger.

Het is moeilijk te geloven dat een regisseur als James Cameron naast ‘Aliens’ en het eerder genoemde ‘Terminator’ ook draken als ‘Titanic’ weet neer te zetten. Het zegt iets over zijn veelzijdigheid maar persoonlijk ben ik van mening dat zijn talenten beter benut worden in films als deze. Ik heb voor deze recensie gemakshalve de bijna 20 minuten langere special edition gekeken, de film die Cameron eigenlijk wou neerzetten maar die is ingekort omdat de film volgens de studiobonzen anders te lang zou duren. En ook al gaat het hier niet om scenes waarbij je op het puntje van je stoel zit, ze brengen wel meer verhaal en diepgang dan de theaterversie die in 1986 op de mensheid is losgelaten. Al met al een zeldzaam waardig vervolg op het succes van ‘Alien’, een succes dat hierna nooit meer is geëvenaard.