King’s Field IV

King's Field IV Boek omslag King's Field IV
King's Field
First person, role-playing
FromSoftware, Agetec, Metro 3D
2001
Rintaro Yamada, Satoru Yanagi
FromSoftware
PlayStation 2
Single-player

Een review wordt meestal geschreven in een periode van onmiddellijk tot een paar dagen na het kijken van een film of het spelen van een videogame. Dat is een beetje afhankelijk van het type film of videogame. Soms ben je zo enthousiast dat je er meteen over wilt schrijven, doch het kan ook gebeuren dat je eerst je gedachten op een rijtje wenst te zetten. De tekst die nu volgt, is daar een uitzondering op, want dit spel heb ik ongeveer zo’n 2 jaar geleden uitgespeeld. Ik vermeld dit even omdat ik hier niet een pure review ga doen over het spel zelf maar eerder een terugblik op wat dit spel voor me betekende. Mogelijk zijn de positieve herinneringen die ik heb gekleurd door een roze bril doch ik zweer je, toen ik het spel uitgespeeld had… een gevoel van verwezenlijking overwelmde me toen. Ik had net een spel gespeeld dat in het rijtje Doom 1, Diablo 1, Super Metroid, Silent Hill 2,… thuishoort. Het enige verschil? Enkel een handvol mensen op deze wereldbol kennen het.

Meteen valt het systeem op. Playstation 2? 2003? In videogame-termen is dat een eeuwigheid geleden. Echter, net zoals het kijken van een oudere film is het spelen van een oudere videogame (‘retrogaming’) een mogelijk verrijkende gebeurtenis. En dat er een markt voor is, bewijst de bijna hondsdolle interesse in de recente verschijning van de (S)NES Mini consoles. De Playstation 2 is uiteindelijk nog niet zo oud. In zaken als de Gamemania vindt je nog sloten Playstation 2 games aan bodemprijzen terug en ook online worden ze gretig te koop aangeboden. Uiteraard handelt het dan over de FIFA’s en Call Of Duty’s en andere uiterst succesvolle games die toen gekocht worden. De parels en verborgen diamantjes zijn daar ondertussen al uitgevist door de verzamelaars. Toen ik zo’n 3 jaar geleden King’s Field IV bestelde via e-Bay kon ik dit doen voor de vrij gunstige prijs van 22€ plus verzending. Tegenwoordig mag je die prijs rustig verdubbelen. Is zulk een oud spel zo’n prijs waard? De score hieronder geeft je het antwoord.

King’s Field IV (of King’s Field: The Ancient City zoals het in Noord-Amerika uitgebracht is) is, zoal de titel al aangeeft, het 4e spel uit de reeks en het enige spel dat op de Playstation 2 is uitgekomen. De vorige 3 delen zijn op de Playstation 1 uitgekomen, waarvan het 1e deel nooit Japan verlaten heeft. Daarna heeft men King’s Field 2 in Japan wel uitgebracht in het Westen, doch gewoon als King’s Field. King’s Field 3 werd opnieuw hertiteld als King’s Field 2. Dit soort verwarring was niet ongewoon in de jaren ’90 aangezien niche titels uit Japan veel minder frequent uitkwamen bij ons (zo werd Final Fantasy IV bij ons II en VI werd gereduceerd tot III, die laatste staat zo ook op de recente SNES Mini). Ik meen me nog te herinneren dat King’s Field (en dan heb ik het dus over de oorspronkelijke King’s Field 2) in de Power Unlimited werd besproken en daar kreeg het niet meteen een positieve score. Scores zijn sowieso verdeeld, en dit voor elk deel uit de serie tot nu toe. De vraag is dan of het spel gebrekkig was of eerder misbegrepen.

Ikzelf heb geen persoonlijke ervaring met de eerdere games uit de serie (buiten eens via-via het spelen van de eerste paar uren van het Westerse King’s Field, eigenlijk nummer 2 dus, volgt iedereen nog?) maar een blik werpen op de screenshots zal niet meteen opwinding veroorzaken. Uiterst primitieve polygon-graphics die vrij kaal zijn maar wel in volledig 3D, iets wat midden jaren ’90 op consoles ondenkbaar was. Uit reviews kon ik wel opmaken dat het spel met een frame-rate draaide waar je tegenwoordig niet meer mee zou wegkomen. Het zal dan ook niet verbazen dat de serie een ware cultserie werd, aanbeden door enkelen en genegeerd door de meeste anderen. Final Fantasy VII, Metal Gear Solid, Tekken,… vonden gretig aftrek bij het internationale publiek terwijl de King’s Field serie eerder in de marge moest opereren. Enfin, in het Westen dan toch. Aangezien er uiteindelijk een serie van werd gemaakt, doet me vermoeden dat in thuisland Japan het succes toch voldoende moet geweest zijn (in Japan werd ook de Shadow Tower serie, waarvan tot nu toe 2 delen zijn uitgekomen, uit de grond gestampt, qua spelwijze vrijwel identiek).

Spoelen we even door naar 2008. Een samenwerking tussen Sony en From Software volgt, waarop Demon’s Souls uitkomt op Playstation 3. Initieel wordt het spel geweerd van de Westerse markten (bij Sony geloofde men er niet echt in) maar door mond-tot-mond reclame en aanzwellende hype komt het spel uiteindelijk ook in Noord-Amerika en Europa uit. Aangezien ik toen nog geen Playstation 3 had, ging het spel aan mij voorbij. Bij Dark Souls was dat echter anders, aangezien het geen spel exclusief gemaakt voor Sony was. Ik kocht het spel online aan voor de Xbox 360 (een speciale editie, vrij goedkoop, wat aantoont dat het spel nog steeds aanschouwd werd als een buitenbeentje) op basis van de cover en enkele beelden. Dat zag er allemaal verdomd goed uit! Eenmaal met de post gearriveerd, installeerde ik het snel en begon te spelen.

Ja, dat draaide op een heuse anticlimax uit! Waar bij de meeste videospellen tutorials een rustige bedoening zijn, daar was bij Dark Souls het al meteen goed raak. Sterven deed ik langs alle kanten. Na 10 uren spelen zat ik nog steeds, zonder enige echte progressie, vast in het 1e echte level. Ook de strategiegids (die ik meteen samen met de release van het spel had gekocht, nooit eerder of daarna nog gedaan) kon me niet echt helpen, want ik suckte vrij hard. Toen ik uiteindelijk in de Undead Burg de rode Fire Drake op het nippertje wist te ontlopen (wie maak ik wat wijs, de 1e keer werd ik gebraden als een kippetje) en onder de brug verschuilde, sloot ik het spel af en nam het schijfje uit de DVD-lezer van de Xbox 360. Zwaar teleurgesteld moest ik vaststellen dat het spel niets voor mij was, weg 40€! Ik vloekte en verwenste het spel zowat elk scheldwoord. Later zou blijken dat ik op dat moment het spel niet begreep en verkeerd aanpakte.

Hoe ik er uiteindelijk op kwam om King’s Field IV aan te kopen, dat weet ik niet meer goed, maar op één of andere manier wou ik From Software nog wel eens een kans geven. Want zowat overal werd bijna orgasmatisch gereageerd op Demon’s Souls en Dark Souls en dat wou ik ook wel ervaren, maar tijdens de jaren had ik Dark Souls nog een paar keer uitgeprobeerd en na enkele minuten was het weer afgelopen met de goede moed. Ondertussen had ik me opnieuw een Playstation 2 aangeschaft (de MediaMarkt wou van hun oude stock af en ik profiteerde). Het leuke aan retrogamen is dat je op zoektocht kan naar al die games die je ontglipt zijn of waar je simpelweg nog nooit van gehoord had. Na aankoop van King’s Field IV was ik toch een beetje op mijn hoede. Wat als het opnieuw zou tegenvallen? Toen ik een tijdje later werkloos was geworden, was de tijd rijp. King’s Field IV ging in de lezer en ik ging er eens goed voor zitten.

Wat voor een spel is King’s Field IV nu eigenlijk? Het is een spel, gespeeld vanuit een eerstepersoonszicht, waarbij je kastelen, kerkers, kerkhoven, grotten,… verkent in een vrij duistere interpretatie van de middeleeuwen. Net zoals bij elke andere RPG verdien je ervaringspunten waarmee je sterker wordt, ontdek je nieuwe wapens in schatkisten en probeer je het land te verlossen van de invasie van een hele horde monsters. Er is ook een lichte vorm van puzzelen aanwezig, waarbij je bijvoorbeeld 3 standbeelden vindt en ze op de juiste manier moet activeren, waarna er een deur opengaat enz… De wereld is bijvoorbeeld een stuk kleiner dan wat je in games als Skyrim en The Witcher 3 ziet en meer lineair, je spreekt meer van levels dan van een open wereld. Veel van die levels zijn trouwens zo opgebouwd dat ze op elkaar uitkomen. Zo speelt het grootste stuk van het eerste (ongeveer) kwart spel zich af in een grote toren waar je op verkenning uit moet en uiteindelijk, wanneer die toren opgelost is, zal je merken dat waar je eerst maar 1 enkele kant kon verkennen, nu uiteindelijk overal terecht kan.

Als je King’s Field IV opstart en de intro hebt gezien, krijg je eindelijk controle over je personage. Je staat ergens op een stuk land dat leidt naar een nederzetting. Dit is het moment waarop ik vermoed dat veel spelers na ongeveer 10 minuten er al de brui aan kunnen geven. Daar zijn welgeteld 3 redenen voor en ik ga die hier eventjes overlopen. Als eerste is er het gebruik van de controller. Zowat elk 3D-spel gebruikt tegenwoordig beide analoge sticks om te bewegen. De linkerstick om vooruit, achteruit en opzij te stappen, de rechterstick om het personage om te draaien en omhoog en omlaag te kijken. Dat werkt uiterst intuïtief en ik zie zelf ook geen reden om dat ooit anders te doen. Echter, toen King’s Field IV uitkwam, was de rechterstick nog helemaal niet ingeburgerd, ook al had de Playstation 1 op het einde van zijn bestaan een DualShock-controller gekregen. Praktisch houdt dit in dan opzij stappen of omhoog of omlaag kijken gedaan wordt met de schouderknoppen (L1&2 en R1&2). Het komt er op neer dat je je personage bestuurt alsof het een tank was.

En daarmee komen we bij de volgende reden. Je hoofdpersonage (Prins Devian) beweegt met de vlotheid van een tank. Nee, echt. Als je met de beste man vooruit stapt, dan is dat uiterst traag. Je kan ook met hem lopen (iets wat ikzelf pas na zo’n paar dagen ontdekte, een ware verademing) en dan beweeg je bijna even snel als de wandelsnelheid van de meeste hedendaagse videogames. Maar de klap op de vuurpijl moet nog komen, want als de man om zijn as heen moet draaien omdat er achter hem een geraamte een paar extra gaten in zijn lichaam wil prikken, dan ben je er eigenlijk al aan voor de moeite, want dat gaat voorwaar nog trager. Dan is je held werkelijk een tank die moet ronddraaien. Dit vereist volgens mij de grootste aanpassing van een hedendaags publiek. Het betekent ook dat dit spel (waar je toch minimaal 40 uren zoet mee bent) kleiner is dan je initieel zou denken, maar het voelt groter aan omdat je je door de levels moet heen banen alsof je je door een moeras begeeft.

Maar goed, je begint het spel toch maar en dan ben je plots 4 seconden later dood (ik ga niet zeggen hoe!). Daarmee kunnen we concluderen met de 3e reden dat het spel vrij moeilijk is. Want je komt gewoon terug op het titelscherm en kan er voor kiezen om opnieuw een nieuw spel te starten. OK, je was nog nergens geraakt, doch dit alles bij elkaar kan vele mensen ontmoedigen. En het is volledig begrijpelijk om op dat moment het schijfje terug in het doosje te steken en nooit meer naar om te kijken. De enige raad die ik op dat moment kan geven is… geef niet op. Aanvaard de tekortkomingen. Het gebruik van de schouderknoppen wordt je na een tijdje gewoon. Instinctief zal je af en toe met je rechterduim nog eens naar de analoge stick willen gaan, maar uiteindelijk begrijpt je lichaam dat dat nutteloos is. Voordat je het weet bedien je je tank… euh, ik bedoel hoofdpersonage zo gezwind dat het lijkt alsof je nooit anders gedaan hebt.

King’s Field IV is het spel dat me geleerd heeft om Dark Souls te spelen, en daarna Demon’s Souls en de beide sequels van Dark Souls, alsook de Playstation 4 exclusive Bloodborne. En daar is een goede reden voor. De moeilijkheid van King’s Field IV (en ik vermoed ook de voorgangers) zit hem er niet in dat je als een ninja allerlei vliegensvlugge reacties uit je vingers moet toveren. Neen, je moet alert zijn, voorzichtig, de gevechten tactisch aangaan. Het betreft hier namelijk geen hack&slash waarbij je zo’n 30 kobolds met je zwaard tot moes hakt (niet dat daar iets mis mee is, zie de Diablo-reeks). Sterker nog, als je je in een gevecht werpt met meer dan 3 tegenstanders, dan kan je het meestal wel schudden. Je lokt een beest wat verder weg (de A.I. is niet uitmuntend slim en dat is volgens mij een ontwerpkeuze van de ontwikkelaars) en slacht het af, waarna je de andere aankan. Ook bij dat slachten zal je initieel een aanpassingsperiode moeten ondergaan.

Als je de aanvalsknop indrukt, dan zie je plots de arm van je personage in beeld komen alsof die reuma heeft. Ook het aanvallen gaat uiterst traag. En het lijkt zelfs dat je bijna geen deuk in een pakje boter kan slaan. Dat komt omdat je gebonden aan een uithoudingsmeter. Als je slaat, dan gaat die meter leeg, waarna deze weer opbouwt. Het is dus zaak van toe te slaan als je meter op maximale capaciteit is. Slaan en meteen weer slaan brengt bijna geen zoden aan de dijk. En aangezien zelfs de simpelste vijand (een soort vleesetende planten op pootjes) je lelijk kan kwetsen als je niet oplet, gaat het zaak zijn van toe te slaan, terug te vallen en opnieuw toe te slaan. De kunst bestaat er dus in om de traagheid van je armzwaai in te calculeren bij het aanvallen. In de praktijk betekent dit dat je komt aanwandelen en op een bepaald punt reeds je aanvalsanimatie inzet, waardoor je, als je het goed getimed hebt, de vijand goed raakt, waarna je terug kan lopen om een eventuele vijandelijke aanval te ontwijken. Het is opnieuw iets waar je aan gewend moet raken, maar als je een beetje gameservaring hebt, zal je er snel mee weg zijn. Ook voor magische aanvallen bestaat er trouwens een uithoudingsmeter.

Vijanden ontwijken of enkel fysieke of magische aanvallen ontwijken is trouwens niet echt een optie, want ook deze meters (en hun regeneratie) worden beter naarmate je ze meer gebruikt. Natuurlijk is het soms beter om de benen te nemen als je in een gangenstelsel plots geconfronteerd wordt, maar je moet jezelf beter maken om de latere levels aan te kunnen dus je zal moeten vechten. Vijanden komen na een tijdje trouwens terug, dus je hebt voldoende mogelijkheden om je te versterken. Als je loopt, zal je uithouding trouwens ook op geraken. Het moge dus duidelijk zijn dat er héél veel is om rekening mee te houden om in dit spel te overleven. Heb ik trouwens gezegd dat je in het begin van het spel een afgodsbeeld in je bezit krijgt dat je naar het einde van het spel moet meebrengen? Het is mogelijk om dit beeld uit je inventaris op de grond te laten vallen, iets wat in veel andere videogames zo geprogrammeerd wordt dat het onmogelijk is. Het lijkt wel alsof alles zich tegen de speler keert!

En net daarin zit het briljante van dit spel. Ik heb het nog niet veel meegemaakt dat uitzichtloosheid zo intrigerend naar voren is gebracht. De allereerste NPC (Non Playable Character) waarmee je spreekt, zit op een rots met zijn handen in het haar. Hoe uitnodigend! Wapens hebben een duurzaamheid die afneemt, dus ook daar moet je rekening mee houden. En dan de graphics. Die zijn in vergelijking met de voorgaande spellen sterk verbeterd, maar nog steeds zijn de werelden relatief kaal, donker en grijs of bruin getint, wat een vrij deprimerende en koude indruk geeft. Er zullen ook nooit massa’s vijanden tegelijkertijd aanwezig zijn (een paar uitzonderingen daargelaten), dus het lijkt er op het 1e zicht op dat de graphics niet echt een sterk punt zijn. Raar genoeg versterken deze graphics en de leegheid van sommige gebieden echter de uitstekende sfeer die het spel opwerpt. De desolaatheid van deze wereld wordt er nog opmerkerlijker en pakkender door. Het is moeilijk onder woorden te brengen, maar als je spreekt over ‘the Dark Ages’ en hoe het het beste vertegenwoordigd is in videogames, dan denk ik meteen aan dit spel, ook al is het met draken, geraamtes en trollen uiteraard een fantasiewereld. Ook het geweldige geluidsontwerp (monsters die je in de verte hoort grommen, omgevingsgeluiden,…) draagt hier aan bij. Je gaat vanzelf terughoudender spelen als je, met nog maar een paar levenspunten en geen genezende voorwerpen, bvb. door een gebied moet vol gifplanten en geen uitzicht op een standbeeld om je progressie te bewaren. Klamme handjes!

Een trucje dat mogelijk is door de trage manier van spelen toont zich ook in de manier waarop je tussen werelden beweegt. In vele spellen krijg je simpelweg een boodschap dat de nieuwe wereld ingeladen wordt. Hier is het iets anders. Stel, je staat op een grasvlakte en je nadert een kerker. Je komt bij die kerker aan en drukt op de toets om de grote, ijzeren deur te openen. Langzaam piepend gaat deze open en je loopt naar binnen en het level is reeds geladen (soms volgt er dan nog een deur). Net zoals elk ander spel kan het beperkte geheugen van de hardware maar een bepaald gedeelte inladen hier, doch door de aankleding wordt je niet uit de illusie gehaald en lijkt het alsof alles 1 samenhangende wereld is. Uiterst knap gedaan. En terwijl dit spel overduidelijk geen horror is, zal de ijzige spanning je regelmatig overvallen, zeker als je door een donkere gang wandelt richting het onbekende terwijl je in de verte (of juist achter je) een ondefinieerbaar geluid hoort van 1 of ander wezen.

Wil je dus spanning en soms zelfs griezelen? Wel, als je Resident Evil (1-7), Amnesia The Dark Descent, Soma,… hebt gespeeld, dan is King’s Field IV een spel wat uiterst geschikt is voor je stalen zenuwen te testen. De ultieme bevrediging volgt dan ook nog eens in een waarlijk geslaagd gevoel van verwezenlijking. Zonder iets te verklappen, ga ik daar een voorbeeld van geven. Nadat je al een eind gevorderd bent, kom je op een bepaalde plaats. Het enige wat ik er over wens te zeggen, is dat het er bliksemt, de muziek wat heroischer wordt en er beesten rondvliegen die je in 1 slag kunnen afmaken. Oh ja, er gewoon rondlopen alleen al laat je schade oplopen. Op dat moment zal je de moed in de schoenen zakken. Hoe kan je zo ver gekomen zijn en nog zo zwak staan? Een aantal uren later, na een grote omweg en vele uitdagingen, kom je terug op deze ruimte uit. Nu ben je in staat om je wel een weg er doorheen te banen. Dat gevoel, versterkt door de muziek en de omgeving, is onbeschrijflijk.

Tuurlijk, geen enkel spel is perfect. Het verhaal is op zich een vrij standaard ‘held is de enige die het land van de verdoemenis kan redden’-variant. Saven wordt enkel gedaan bij standbeelden die her en der verspreid staan (ook al kan dit in dit geval als deel van de uitdaging gezien worden) dus de kans op verlies van een groot stuk progressie is reëel. En bij momenten kan het echt wel obscuur worden, dus teruggrijpen naar een online gids/Let’s Play is zeker geen schande (heb ik zelf ook een handvol keren gedaan). Alles bij elkaar denk ik dat de Souls-serie een tikje toegankelijker is en een hogere herspeelbaarheid heeft als King’s Field IV, maar qua sfeer dat je onder de huid gaat zitten, steekt King’s Field IV er bovenuit, een waarlijk unieke ervaring die je nergens anders gaat vinden. En met Halloween om de hoek is er geen betere tijd om dit vergeten spel te spelen (moest je een Playstation 2 hebben uiteraard en geluk hebben bij het vinden van een kopie). Moest je toch nog twijfelen, neem eens een kijkje op YouTube voor een 1e impressie.

Hopelijk zal From Software hier nog een vervolg aan breien in de vorm van een 5e deel, want de serie verdient het!