Interview James Desert

Kunt u zich om te beginnen eerst voorstellen aan onze lezers?
Ik ben Johan Vandewoestijne 54 jaar en woonachtig in Kortrijk ; al 35 jaar in de filmwereld actief, waarvan de eerste 5 jaren belichting maar sedert 1985 als regisseur/producent. Daar de Amerikanen mijn naam niet konden uitspreken heb ik mijn naam vertaald en is het JAMES DESERT. Ik maakte in 1986 mijn eerste film ” Lucker ” om twee jaar later ” Rabid Grannies ” te produceren. Later zijn daar nog ” State of Mind ” bijgekomen met oa Fred Williamson, Paul Naschy, Manouk van der Meulen, Don Hannah en nog een tiental anderen intussen.  Recentelijk en sedert december 2016 in exploitatie ” Laundry Man ” voor SGL entertainment in de VS. ” Soul Copyright ” een erotische thriler is momenteel in afwerking en voor 2017 staat ” Detention ” ook op het programma.

In 1986 kwam uw eerste film uit; Lucker. Hoe is deze film tot stand gekomen?
Een vriend, camera man Serge Ghesquiere en ik waren boos op het establishment omdat we steeds afgewezen werden m.b.t. subsidies. Daarom besloten we eens iets te maken waar de goegemeenten en het establishment geshockeerd  van zou zijn. Een necrofiel die het doet met rottende lijken..  En dat lukte blijkbaar toch. in ieder geval dat shockerende.

Lucker is voor menig filmliefhebber nog steeds een heilige graal om op VHS te hebben. Had u verwacht dat Lucker een cult favoriet zou worden?
Nee, want overal waar de film destijds werd aangeboden werd die geweigerd. In de Benelux was er eerst een zeer pretentieuze distributeur BDM films uit Waasmunster die het weigerde te verdelen. Hun pretentie bracht hen trouwens tot bankroet. Het was toen geloof ik Nico Bruinsma, de uitbater van de Cultvideotheek in Amsterdam van de film hoorde dat die een internationale vlucht nam. Nico kocht vele kopijen op en verdeelde die op VHS zowel nationaal als internationaal. Er bestaat nu trouwens een script getiteld ” Killer Switch ” maar die titel zal mogelijk nog veranderen, wat deels een remake zal zijn en tegelijkertijd een soort van sequel. Dat is in een package deal die ik heb met SGL entertainment en die op het programma staat voor de komende jaren. Hetzelfde is trouwens het geval met Rabid Grannies. Er zijn beginsels van schrijfsels bezig voor een sequel. Ik wel echt wel een vervolg en geen remake daarvan.

Wat voor reacties heeft u bij uitkomst van deze film gehad?
Lucker werd destijds aan het kruis genageld door de gesubsidieerde filmmakers die vonden dat dat niet kon. But Fuck ’em….

In de tussentijd heeft u niet stil gezeten, als producent bent u bij diverse producties betrokken geweest. Waarom heeft u de keuze gemaakt om als producent verder te gaan?
Ja, ik ben heel lang enkel scenarist/producent/monteur geweest en liet regie aan mij voorbij gaan. Ik vond na ” Lucker ” dat ik nog ff te jong was om regie te doen maar anderzijds amuseerde ik mij meer met productie. Ik vond regie doen niet zo leuk. Nu, zoveel jaren later ben ik een stuk ouder met meer ervaring en heb ik een tijd geleden weer regie gedaan. Dat is begonnen met twee opdrachtfilms die ik gedaan heb en back to back deed ik dan ook Todeloo. Zoveel jaren later vind ik nu regie doen wel leuk en ook had ik de indruk dat regisseurs die ik vroeg de films te regisseren uiteindelijk nooit het resultaat hadden wat ikzelf voor ogen had. Meestal waren die te braaf of hadden meer oog voor bijvoorbeeld de belichting. Het verhaal met de bijhorende gore was bijzaak. Toen ik met Jeffrey Swanson van SGL begon te praten over een samenwerking drukte hij op het hart dat ik zeker zelf de regie zou doen want ik was, aldus Jeff ” best geplaatst om horror en sex in een film te plaatsen. En vandaar dat ik het nu ook doe.

Rabid Grannies mag misschien het bekendste werk zijn waar u als producent aan gekoppeld bent. Dit is onder andere te danken aan de distributie door Troma. Hoe is deze samenwerking ontstaan?
Wel ik had een ad gezet in The Hollywood Reporter sectie Foreign Film Productions waarin ik meldde dat we Rabid Grannies zouden draaien. Iemand van Troma had dit gelezen en op een donderdagavond in november 1987 kreeg ik een telefoontje uit New York met de vraag of zij de film konden uitbrengen. Als jonge kerel ben je maar wat in je nopjes als je dat voorstel krijgt. Echter zoveel jaren later, met de zekere ervaring die ik nu heb zou ik dat contract niet meer tekenen. Maar dat is inderdaad leergeld dat je betaalt. Uiteindelijk is deze samenwerking wel goed verlopen en heb ik nog steeds goed contact met Michael Herz en Lloyd kaufman, zijnde minder frequent dan jaren geleden.

Ook Maniac Nurses is door Troma opgepakt voor distributie. Wat kunt u hierover vertellen?
Ja, for onces and for all. Ik heb Maniac Nurses Niet geproduceerd, niet geschreven alleen gemonteerd of daar toch een poging toe gedaan. ik zat in die periode met mijn been in het gips en het enige wat ik kon doen was monteren. Toen kwam Leon Paul de Bruyn langs met de vraag of ik die 35 rollen film eens aan elkaar kon ” plakken “. Ik vond zijn terminologie vrij vreemd ” aan elkaar plakken ” maar al gauw zag ik waarom… Hij bleek gedurende een week of drie vier in Hongarije te zijn geweest, s’morgens wat gefilmd met enkele meiden die hij uit een lokale casting had gehaald en snamiddags zich bezig gehouden met de bilaterale relaties tussen hem en die meiden. Ik vroeg het scenario en kreeg een tiental A4 tjes waarop wat geschreven was meer niet. ” Ik moest maar zien wat ik ermee kon doen”. Het concept van het verhaal was wel leuk, een ziekenhuis die geen patiënten meer heeft en de verpleegsters gaan er dan maar naar op jacht “. Alleen dat concept was in het geheel toch ver te zoeken. Er zaten duidelijk SM en Ilsa achtige toestanden in de rushes die ik te zien kreeg en ben dan maar aan de slag gegaan. Sommige scenes die in het finale resultaat zitten zijn eigenlijk nooit gedraaid geworden maar zijn scenes die ik zelf uit afval van andere scenes heb gerecupereerd om toch maar een bindscene te kunnen krijgen.

Hierna heeft u als producent gewerkt aan State of Mind in 1992. Daarna heeft het tot 2002 geduurd voor wij uw naam weer tegen kwamen als producent bij de film Engine Trouble. Wat is er in de tussentijd gebeurt?
State of Mind was niet echt een aangename ervaring. Deels omwille van de megalomane distributeur van Hills Entertainment (Rick van den Heuvel) die zich steeds weer mengde in het productieproces en die nooit zelf zijn financiële engagementen hield. Hij was net als Andre Coppens van VDS Films in Brussel die toen Lucker verdeelde een parvenu die dacht in de filmwereld te moeten zijn om meiden in zijn bed te krijgen. Beiden zijn overigens falliet gegaan. Ik was het toen werkelijk beu en heb een aantal jaren geen fictie meer gedaan. Wel industrieel en promotioneel werk (wat ik nu overigens nog steeds doe) Ook heb ik een tijdje in afwezigheid van een vriend een VHS duplicatiebedrijf opengehouden. VHS tapes, waar is die tijd… Ik heb toen ook een pilot gedraaid voor een TV serie die er verder nooit gekomen is en in 1999 draaide ik “Parts of the Family ” in een regie van Leon Paul de Bruyn voor distributeur Troma en kort daarna ontmoette ik Paul Keurvers uit Amsterdam met wie ik dan “Engine Trouble” heb gedraaid in een regie van Marc Ickx.

Na uw terugkeer als regisseur met Todeloo kwam vorig jaar Laundry Man uit, deze is in samenwerking met SGL  entertainment en Zeno Pictures, hoe is dit tot stand gekomen?
Toen ik met Todeloo bezig was kwam ik in contact met MassimillianoMaxCherchi een Italiaanse Amerikaan die nauw samenwerkt met SGL. Die vroeg me om met SGL te gaan samenwerken. Ik zag dat wel zitten maar vroeg hem even te wachten tot Todeloo klaar was, want dat was in het Nederlands/West Vlaams dialect dus iets wat niet interessant was voor hen. Toen Todeloo klaar was draaiden ze zeer kort daarna in januari 2014 een introductietrailer voor “Laundry Man”. Zodra dit online stond kreeg ik bericht van Jeffrey Swanson dat dit het genre was wat ze zochten en of ze een voorstel mochten doen. Ik zei van wel maar vroeg hen geen contract op te sturen ala Troma van 30 blz en 20 addendums. Jeff zei me dat hun contract 3 bladzijden waren. Ik zei ok en de volgende dag stak een voorstel in mijn mailbox. Daarin stond niks wat ik nog niet wist en ik heb getekend. Iets later werd dat uitgebreid naar 7 films waarvan Soul Copyright de tweede is en Detention de derde. Ik heb dus steeds een garantie dat mijn films OVERAL in de VS en Canada en wereldwijd op VOD verdeeld worden. Zeer belangrijk voor investeerders zodat die toch een relatieve zekerheid hebben hun geld terug te zien.

Hoe is uw samenwerking met Zeno Pictures tot stand gekomen?
Een freelance journalist had me vertelt over het bestaan van een genre distributeur in België. Ik heb Gino Van Hecke dan eens gebeld en zo zijn we verder gegaan. Eerlijk gezegd is dit de eerste en enige distributeur in de Benelux die ik in al die jaren ben tegengekomen die het spel ernstig en correct speelt. Ik had Gino beter reeds gekend toen ik Lucker maakte.

Uw lopende project is Soul Copyright. Wat kunt u ons hierover vertellen?
Toen we Laundry Man draaiden was Frank Messely first AD en dialogue coach op de film. Ik had steeds gezegd dat “Laundry Man” pas klaar ging zijn in de herfst, vandaar dat SGL hun planning opgemaakt heeft voor de release van de film op 17 january 2017. Echter alles ging veel vlotter en veel sneller waardoor “Laundry Man” al in april klaar was en die dus op het BIFFF vertoond kon worden en later op het BUT Film Festival in Breda. Dus zat ik met een gat van 6 maanden. Zelf had ik geen scenario klaar, of slechts deels afgewerkt. Toen kwam Frank langs en zei me dat hij iets geschreven had, een erotische thrilller en Engelstalig. Frank gaf me het scenario, diezelfde avond belde ik hem nog op nadat ik het gelezen had met de melding dat we dit gingen doen als SGL akkoord was om deze ook te verdelen. Want deze titel stond niet in de package deal. Jeff zei akkoord te gaan en zo zijn we gestart. Voor de mannelijke hoofdrol zijn we zeer snel opnieuw terecht gekomen bij Gunther Vanhuyse die in Toldeloo en Laundry Man de hoofdrol speelt. Voor de vrouwelijke hoofdrol hebben we langer moeten zoeken maar uiteindelijk kwamen we terecht bij, of liever zij kwam bij ons terecht “Sue Ann Yeoh” een in Nederland wondende Maleisische. We hebben mekaar ontmoet in Antwerpen waar we een screentest met haar deden en de rest is geschiedenis. Sue Ann is een echt schatje, kent haar tekst, op tijd op de set en geen capsones. Filmmakers aller lande, boek Sue Ann jullie zullen er geen spijt van hebben ! Ook is de Nederlandse Cynthia van Poortvliet is te zien in de film.

Zijn er nog andere filmplannen die met ons gedeeld mogen worden?
Wel momenteel ben ik “Detention” aan het opstarten voor opnames eind juni. Dit wordt opnieuw verdeeld door SGL en is in samenwerking met Paul Keurvers met wie ik “Engine Trouble ” en “Purgatory” gedaan heb. “Detention” is een verhaal dat zich afspeelt in 1978 in een katholieke school. Enkele jongens en meisjes hebben strafstudie en worden door een prefect/(priester) naar een refter geleid waar de strafstudie zal plaatsvinden. Tijdens de naamafroeping blijkt één jongen “Billy” te ontbreken. Echter de studie is nog maar pas bezig of hij valt de zaal binnen in het gezelschap van twee vrienden en alle drie zijn ze tot de tanden gewapend. Billy die kreupel is en steeds het centrum van spot en pesterijen wil zich werken op zijn ” klasmakkers” terwijl “Morgan” een iets oudere jongen zich komt wreken op de pastoors van de school omdat zij zich vergrepen hebben aan zijn jongere broertje die zich uiteindelijk heeft verhangen op de zolder van het huis van zijn pleegouders. Morgan wilde het geheel uitbrengen maar werd erin geluisd voor diefstal en verbannen naar juveniel. Echter nu is de tijd gekomen om wraak te nemen en uiteindelijk, zoals zal blijken nemen en namen de pastoors het nog niet te nauw met hun geloftes van kuisheid. Hetzelfde geldt voor de aanwezige nonnen die ook verlekkerd waren naar de aanwezige meisjes.

Duidelijk een wraakfilm, beetje ” The Breakfast Club ” meets “Natural Born Killers” in een “Reservoir
Dogs” atmosfeer.

Hoe kijkt u tegen de Belgische genre cinema aan?
De genre cinema. Die is er zeer beperkt. Hier en daar wordt wel iets gemaakt spijtig genoeg steeds nutteloze kortfilms Ik roep dus nogmaals op om geen kortfilms meer te draaien, ze kosten veel geld, nemen al evenveel tijd in beslag dan een langspeler (zeker m.b.t. voorbereidingen) en NIEMAND ziet die ooit, tenzij es op een TV zender om 23u45 hartje zomer als het buiten 30 graden is. Geen distributeur kan dat verdelen en als dat gebeurt moeten er minstens een 8 tal zijn om een degelijke tijdsduur te krijgen. En als dat het geval is, hoe verdeel je dan eventuele opbrengsten als die er al zijn?

Hoe staat u überhaupt tegenover de Belgische filmwereld?
Mijn laatste Belgische film was Dossier K en toen heb ik gezegd, vanaf nu kijk ik alleen nog maar naar Amerikaans product. (Nederlandse films zou ik nog es bekijken) Ook geen enkele Vlaamse TV reeks heb ik de afgelopen jaren gezien. Ik dien ook geen dossiers meer in bij het VAF. dat is een hoop werk en ik weet dat ik niet bij de vriendjes behoor dus weet ik al op voorhand wat de uitslag is. Het VAF bestaat uit een vriendengroepje van een 40tal man die elkaar van de subsidiekoek voorzien. De ene keer moet persoon A, B en C beslissen over een project van persoon/vriend D en de keer erna moet dan persoon/vriend D, B en C beslissen over persoon/vriend A. Dit is de reden waarom ook steeds dezelfde de subsidies krijgen.

Heeft u nog andere zaken die u met ons wil delen?
Wel ik draai dus in het Engels en natuurlijk ziet een Amerikaan van het eerste frame dat dit niet in de VS gedraaid is. Jeff Swanson zegt in dat opzicht dat het geen probleem is zolang het Engels grammaticaal correct en de uitspraak klaar en duidelijk is. Een accent is geen probleem. Liever een accent dan te moeten zien naar een gedubte film of ondertitels te moeten lezen. Jeff vervolgt in dat opzicht ” in al die films over WO II spreken de Duitsers ook steeds Engels en niemand valt daarover en in “Star Trek” spreken ze op al die planeten ook Engels…… ” Grond van waarheid.

Ook werk ik liever met mensen die niet de ” Bekende Vlaming ” status hebben. In al de gesubsidieerde VAF films zijn het steeds hetzelfde vrienden en of vriendinnen die belangrijke rollen krijgen. Daarom werk ik liever met mensen die onder de B.V. lijn actief zijn. Trouwens met uitzondering van Schoenaerts (en dan nog) kent niemand in de VS één van die bekende Vlamingen. Daar zijn ze even onbekend als de mensen met wie ik werk. Dus waarom zou ik moeite doen om B.V.’s in mijn films te krijgen. Er is genoeg talent binnen de landgrenzen aanwezig en ik geef liever die mensen een kans. Trouwens die B.V.’s halen hun neus op voor exploitatie cinema omdat het geen “kunst”is. Natuurlijk is film geen kunst het is entertainment.

Een anekdote. Voor Todeloo had ik Wim Opbrouck gevraagd om een rolletje te spelen, uiteindelijk werd dat stand up comedian Bert Gabriels met wie we nog steeds een goed contact hebben. Hij vroeg me het script door te sturen en hij zou het lezen. Drie keer heb ik het script doorgestuurd meerdere mails gestuurd met de vraag wat het zou zijn. Nooit heb ik nog iets van hem gehoord. Tot op een vrijdagavond ,hij aan de schouwbrug in Kortrijk stond en een paar weken nadat de film gedraaid of uitgebracht was (weet het niet meer zo goed) en dan maar over de hoofden kijken om me goeiedag te zeggen. Dan heb ik zoiets van “nu hoeft het voor mij ook niet meer”. Dit om maar de mentaliteit aan te tonen.