De gebroeders Quay, stop-motion alchemisten

DOOR JULIUS KOETSIER | Weinig stop-motionanimatoren worden zo geprezen als Timothy enStephen Quay. Althans: door de mensen die hen kennen, want de Amerikanen zijn nooit tot de mainstream doorgebroken. Gelukkig wijdt EYE Amsterdam van 15 december tot 9 maart 2014 een grote tentoonstelling aan het nachtmerrieachtig universum van de eeneiige tweeling. Schokkend Nieuws sprak met één van hen.

Met hun korte films bouwden ze een fanatieke schare fans op, waaronder Terry Gilliam, die hun STREET OF CROCODILES (1986) één van de beste animatiefilms aller tijden noemde. Hun speelfilms waren minder succesvol: de flop van INSTITUE BENJAMENTA (1995) zorgde ervoor dat het tien jaar duurde voordat ze hun tweede, THE PIANO TUNER OF EARTHQUAKES(2005), van de grond kregen. Maar hun roem neemt toe. EYE is het eerste Europese museum dat een expositie aan de broers wijdt. Naast hun films worden ook de schitterende decors tentoongesteld en een groot aantal van hun inspiratiebronnen.

‘Met één van de gebroeders Quay,’ zegt de persoon die ik opbel. ‘Timothy of Stephen?’ vraag ik.
‘Gewoon, één van de twee.’

Toen ik met jullie werk kennismaakte, dacht ik dat jullie uit Oost-Europa kwamen.
‘Ja, animatoren als Walerian Borowczyk en Jan Svankmajer waren belangrijk voor ons. Als je geboren bent in Amerika en opgroeit met Walt Disney, is het een hele ontdekking dat de Oost- Europeanen animatie zo serieus nemen. Wat we vooral leuk vonden aan Oost-Europeaanse animatie, was dat er zo’n metaforische beeldtaal gebruikt wordt. Ze moesten hun gezagsondermijnende boodschap verhullen vanwege het communistische systeem. Dat dwong ze tot subtiliteit, iets wat wij in het westen niet gewend zijn.’

Ik zie ook een grote invloed van de zwijgende film in jullie werk, zeker in INSTITUTE BENJAMENTA.
‘De stille cinema gebruikte krachtige beelden. Oude Scandinavische en Duitse films roepen zo’n sterke sfeer op. Die beelden hadden gewicht, die télden. Toen de geluidsfilm kwam, werd dialoog opeens belangrijker en kwam een productie van de grond op basis van het scenario. Dat is niet onze werkwijze. We zijn wat puristisch, en bovendien houden we van de uitdaging visueel een verhaal te vertellen. In BENJAMENTA zitten wel dialogen, maar we plaatsen ze niet op de voorgrond: dialoog is slechts één van de vele elementen die we gebruiken om een bepaalde ervaring te creëren.’

Jullie poppen praten nooit.
‘Tot nu toe niet. We willen geen stem aan een pop geven; dan gaat die achter de dialoog aan lopen, in plaats van andersom. Je kunt de expressie van een pop lezen als de choreografie van een ballet: dansers spreken ook niet en niemand kijkt daar raar van op.’ Jullie doen niet aan emotionele manipulatie. Dat… ‘… brengt ons in de problemen, hè?’

Nou ja, door BENJAMENTA konden jullie tien jaar geen speelfilm maken. Was dat het waard?
‘Ja. We hebben in die tien jaar veel andere dingen gedaan en uiteindelijk kregen we toch THE PIANO TUNER OF EARTHQUAKES van de grond. Channel 4 stelde daar wel eisen aan: hij moest in kleur zijn, hij moest dialogen hebben en het moest een herkenbaar genre zijn.’

Welk genre hebben jullie ze verteld dat het werd? 
‘Poëtische sciencefiction. We wilden geen sciencefictionfilm maken met hardware en ruimteschepen. Dat konden we ook niet betalen. Maar sciencefiction komt heel dicht in de buurt van het fantastische, het wonderbaarlijke. Die kant van het genre wilden we naar boven brengen. Ik vind trouwens niet dat we daarin geslaagd zijn. We hebben sindsdien voortdurend geprobeerd de film te remaken in onze korte films.’

Visueel doet THE PIANO TUNER denken aan negentiende-eeuwse symbolistische schilderkunst.
‘Het schilderij Die Toteninsel van Arnold Böcklin is één van de belangrijkste inspiratiebronnen. En L’Empire des Lumières van Magritte. Er zitten directe visuele referenties in, want Channel 4 wilde graag weten welke kant we opgingen. Dan lieten we ze gewoon die schilderijen zien, en dan zeiden ze: ‘Goed, ga je gang.”

Terry Gilliam was executive producer.
‘Dat hielp enorm. We kennen elkaar al jaren en we zijn grote fans. Het enige wat hij hoefde te doen was zijn naam aan de film verbinden en boem, we hadden het laatste deel van ons budget. Hij wist niets van de film en is nooit op de set geweest. Tja, zo werkt het soms.’

Jullie hebben ook reclamefilms gemaakt. Biedt dat creatieve voldoening? 
‘Ja, die mensen komen naar ons toe omdat ze ons willen. Ze laten ons heel vrij. We deden een keer een reclame voor een onkruidverdelger, met onkruidbeestjes. Iedereen rond die beestjes fantastisch en vond het zielig dat ze doodgingen. Een jaar later benaderden ze ons weer, maar vroegen wel of we het onkruid wat minder sympathiek konden maken.’

Hoe zie je de animatiewereld op dit moment?
‘Digitale animatie maakt heel veel mogelijk; iedereen kan een wereld creëren op zijn computer. Maar dat gemak kan slecht zijn voor de creativiteit. Veel studenten gaan die kant op, omdat ze de zekerheid van een baan willen. Maar er zijn genoeg individualisten die heel interessant werk gemaakt krijgen. Op de animatiefestivals in Europa zie je honderden jonge animatoren die prachtige dingen maken. Die films worden niet vaak gedistribueerd, maar dankzij het internet kan iets zich tegenwoordig heel snel verspreiden. Er is, meer dan ooit, een levendige underground.’

Jullie laten je ook inspireren door vroeg twintigste-eeuwse kunst van psychiatrische patiënten.
‘Die mensen kregen in het ziekenhuis vaak een potlood en papier om iets te tekenen of schrijven, als therapie. Ik denk niet dat ze dachten dat ze kunst aan het maken waren. Wij exploreren dat moeilijk te vatten werk. Het is onbegaan gebied. Dat dwingt ons een nieuwe taal te creëren, om de wereld van die mensen recht te doen. in ABSENTIA (2000) bijvoorbeeld, documenteert een mentale ziekte. Dat vroeg om een andere aanpak, met meer live-action.’

Filmen jullie acteurs anders dan poppen?
‘Dat gaat instinctief. Poppen kunnen heel veel dingen die acteurs niet kunnen. Ze dienen zich aan om je eigen eigenschappen op te projecteren. Kinderen snappen dat. Die kunnen zich in een seconde in het poppenrijk verplaatsen. Op de kunstacademie maakten we trouwens bijna alleen live-action. We begonnen vooral met animatie omdat we dan een studio konden bouwen op een tafel. Heel kleinschalig, met z’n tweeën. Want met wie kun je nou beter samenwerken dan met je broer?’

Bron: Schokkend Nieuws #105 – december 2013 / januari 2014 : nu in de winkels.

quay_brothers_01