Zu: Warriors from the Magic Mountain

Poster voor de film ""

Zu: Warriors from the Magic Mountain

95 min - Action, Fantasy
Your rating:

Country:   Hong Kong
Language:  Cantonese, 普通话
Release Date:  1983
Director:  Tsui Hark
Runtime:  1 h 35 min
Writers:  Shui Chung Yuet, Jerrold Mundis


Het is soms makkelijk om te vergeten dat er buiten Hollywood en een aantal Europese landen ook andere werelddelen zijn waar men een rijke filmgeschiedenis heeft. Een land als Nigeria bvb. kent een ware karrevracht aan low budget horror- en actiespektakels, iets wat mij zelf onbekend was totdat ik eens een artikel erover las. Je leert altijd wel wat bij! Oost-Europa (Tsjechië, Rusland,…) heeft nog altijd een cultureel filmgoed dat bij ons vrij onaangeroerd blijft. Ik had wel al gehoord (en ervaring met) de industrie in Hong Kong. Deze is even productief als wat er in de Westerse landen wordt gemaakt en bijna elk genre is vertegenwoordigd. Daar houdt de vergelijking ook wel op, want de eindresultaten kunnen niet verder van elkaar liggen in uitvoering en energie.

Op een strand ergens in China. Een hevige oorlog woedt tussen verschillende facties. Ti Ming Chi vecht samen met de blauwen tegen de roden (er zijn ook nog gelen en groenen), maar wil liever de oorlog verlaten. Hij krijgt bonje met 2 generaals en plots wordt hij door zijn eigen makkers achtervolgd. Tijdens de clash met de roden slaagt hij er uiteindelijk in om te vluchten, maar dan blijkt dat hij slechter af is als hij tegenover het ultieme kwaad komt te staan, een Bloeddemon, die op het punt staat te herrijzen en de maatschappij te vernietigen. Een monnik met ontiegelijk lange haren slaagt er echter in de herrijzenis uit te stellen en geeft zo aan Ti Ming Chi (alsook een monnik-leerling die hij bevriend heeft, zijn meester en een martial arts expert) de kans om raad te vragen bij de Hemelse Kling, een entiteit die de sleutel heeft om de Bloeddemon te verslaan.

Een vrij simpel verhaal wordt hier redelijk chaotisch verteld. Er is zelfs een moment waarbij Ti Ming Chi staat te luisteren naar de monnik met de lange haren terwijl die als een op hol geslagen typemachine een hele uitleg staat te geven, waar je dan als kijker dit allemaal snel moet opnemen. De film is gebaseerd op een boek en dan kan het al eens gebeuren dat er heel wat details gecondenseerd worden tot een vlugge schicht als je maar 95 minuten de tijd hebt (bij 1 bepaalde scèneovergang springt men bijna letterlijk over van het ene gebied naar een ander dat geografisch nooit langs elkaar kan liggen) . Het feit dat het eigenlijk verhaal op zich kort samen te vatten is, zorgt ervoor dat je met het verstand op nul van de film kan genieten. Het moet gezegd, dat lukt aardig omdat er ontzettend veel ingestoken is.

De film is het beste te omschrijven als een achtbaanrit. Dat begint al met de montage. Sommige actiescènes bevatten zoveel ‘cuts’ dat het moeilijk te registreren valt wat er nu eigenlijk aan het gebeuren is. Zelfs wanneer iemand een salto maakt, kan het zijn dat je 3 à 4 verschillende shots krijgt (en dan soms ook nog vanuit apartere camerastandpunten) van een seconde. Er is zowel voor de acteurs als de kijker weinig rust gegund. Het positieve hiervan is dat er weinig tot geen kans op verveling is. Bepaalde motieven en gebruiken zullen voor een Westers publiek weinig herkenning opbrengen, maar er is zoveel acrobatiek en spektakel in verwerkt, dat je je ogen constant de kost kunt geven. Waar andere films met moeite 1 of 2 scènes met enige energie kunnen bijeen sprokkelen en er ontzettend veel afgeleuterd wordt, daar staat deze prent echt bol van de kinetische energie en valt er bijna elke minuut wel iets te beleven.

Zoals zoveel films uit Hong Kong weet men elementen uit verschillende genres tot 1 smakelijk brouwsel samen te brengen. De film lijkt in de 1e 10 minuten op een historisch oorlogsdrama, maar slaat al snel die bladzijde om zodat we een fantasyfilm krijgen met elementen van de vechtfilm, alsook de horrorfilm. Monniken worden bezeten (getoond door hen met grijze gezichtscrème in te smeren ala Dawn Of The Dead), geesten met gloeiende ogen vliegen door een tempel heen,… nergens wordt het goor of onsmakelijk (ik kon vluchtig 1 bloedloze onthoofding gewaarworden), wat de film dus ook geschikt maakt voor een jonger publiek. Verder bezitten de meeste acteurs en actrices ook een lenigheid die velen onder ons jaloers zouden maken.

Met behulp van draden en (de reeds gemelde) montage kunnen ze die lenigheid gebruiken om fysiek zeer veeleisende prestaties neer te zetten. Constant zijn ze in de weer of vliegen ze (letterlijk) rond. Er gebeurt zelfs zoveel dat het niet altijd te behapstukken is. In realiteit onmogelijke acties worden hier in snelvuurtempo getoond. Zo gooit iemand een zwaard in de grond, loopt er naartoe en zet zich op dat zwaard af om een salto te maken door de lucht. Er wordt op een rotsblok gesprongen dat door de lucht vliegt. Zelfs bij een relatief kalm moment (Ti Ming Chi duikt een rivier in en gaat vissen) is spektakel verzekerd, aangezien hij een vis op de hielen (of is dat vinnen?) zit en hem achtervolgt, ook als de vis in een boog uit het water vliegt.

Ook qua ‘production design’ staan ze hier hun mannetje, want met een combinatie van goed uitgekozen natuurplekjes, echte tempels (dat vermoed ik toch) en zeer gedetailleerde sets maken ze de fantasiewereld tot een overtuigende realiteit en kunnen enkele gedateerde speciale effecten (bvb. wanneer Ti Ming Chi en zijn vriend door de wolken vliegen, waar overduidelijk een groen scherm gebruikt is) daar weinig aan veranderen. Een soort hellepoort waar een oude knar rondhuppelt die zichzelf met reusachtige kettingen aan een rotsblok heeft vastgemaakt, een klooster dat volledig bevroren wordt,… de variatie is enorm en kleurvolle belichting laat het er allemaal bevredigend en uiterst sfeervol uitzien.

Zoals eerder aangehaald staan alle acteurs op fysiek gebied meer dan hun mannetje of vrouwtje. Gezien de groots opgezette strijd tussen de helden en de demonen wordt er op het eerste zicht wat minder verwacht in subtiele emoties en de karakters zijn dan voornamelijk ‘bigger than life’, uitgezonderd de stuntelige helden (stunteligheid die echter op het scherm wordt gebracht door een uitstekende choreografie en zeker geen sinecure is) en een aantal zeldzame integere momenten (er zit een miniscuul vleugje romantiek in, ook). Het gaat natuurlijk een kwestie van smaak zijn, maar de stunteligheid van de hoofdrolspelers houdt ook in dat er een zeker vorm van kolder en slapstick in verwerkt is. Grofweg genomen kon ik er soms mee lachen, doch ook moest ik een aantal keren met de ogen rollen. Wanneer de humor van het gortdroge soort was, kon ik ze het meeste appreciëren.

Klaarblijkelijk was deze film een grote inspiratiebron voor John Carpenter’s Big Trouble In Little China en dat is er wel aan te zien. Voor mensen met een open geest die graag eens iets anders willen zien, is dit een stevige aanrader.