Tower of Evil

Poster voor de film ""

Tower of Evil

R 89 min - Horror
Your rating:

Language:  English
Release Date:  1972
Director:  Jim O'Connolly
Runtime:  1 h 29 min
Writers:  Jim O'Connolly


Tagline: One way in, no way out

Afgelegen eilanden zijn altijd een locatie die perfect geschikt is om een horrorfilm te laten plaatsvinden. Iedereen die er gaat wonen (vooral als het maar met een paar lotgenoten is), zal op een bepaald moment wel het slachtoffer worden van gevoelens van eenzaamheid en vervreemding. We zijn nu eenmaal een sociaal diertje, ook al ben je een kluizenaar van het ergste soort. De meesten onder ons drinken zich dan lazarus, maar het is niet onlogisch dat je geestelijke gezondheid een klap krijgt, je een mes ter hand neemt en dan maar begint anderen in stukken te snijden. En de kans voor je onfortuinelijke mede-eilandbewoners om te ontsnappen naar het vaste land is nog kleiner dan dat je morgen wakker wordt naast een naakte Anne Hathaway.

We openen op Snape Island, waar een koppel vissersmannen arriveert terwijl de mist er als dikke erwtensoep over het land zweeft. Ze vinden verschillende lijken, maar ook een hysterische jongedame die 1 van de vissersmannen neersteekt. Terug op land vertelt ze tijdens een hypnose-sessie wat er gebeurt is. Iemand zou haar vrienden 1 voor 1 vermoord hebben, maar de politie verdenkt haar. Een detective, ingehuurd door haar ouders, zal een groep archeologen vergezellen in een trip naar Snape Island. Zij geloven dat Feniciërs er een schat hebben begraven, ingegeven doordat een authentieke speer uit die cultuur gebruikt werd in 1 van de moorden. Ze huren de overgebleven vissersman en zijn neef in om hen naar het verlaten eiland met de vuurtoren te brengen. Ze nemen er hun intrek in de verlaten vuurtoren en komen er achter dat er vroeger een jong koppel woonde, samen met hun zoontje.

Al van bij het begin van de film druipt er een grote hoeveelheid sfeer van het scherm af. We openen met een helikopter-aanzicht van het eiland met zijn vuurtoren (overduidelijk een modelbouw, maar dat doet niets af aan de pret) dat volledig omgeven is door de mist. Ook later in de film is het duidelijk dat er gebruik wordt gemaakt van sets, wel sets die met veel oog voor detail en kleur gemaakt zijn. Het enige van de speciale effecten en trucs dat echt uit de toon valt, zijn een aantal scènes op de boot wanneer de archeologen naar het eiland reizen, want het is overduidelijk dat de boot waar ze in zitten niet echt op het water aan het drijven is, maar voor een scherm staat waar een opname van op zee afgespeeld wordt. Misschien dat de transfer van de Blu-Ray dit nog meer accentueert, maar het is en blijft knullig.

Daarbuiten is het allemaal top. De make-up ziet er goed uit (wat er rottend moet uitzien, ziet er voldoende wansmakelijk uit, en als we de dader uiteindelijk te zien krijgen, is het allerminst wat je er van verwacht en best gruwelijk), de vuurtoren en zijn omgeving zien er zeer authentiek uit en de gore effecten zijn, zeker voor een Britse film uit die tijd, best pakkend, ook al is de meeste geweldadige bloederigheid niet vol in beeld gebracht (eerder constantaties van na de feiten). Ook valt op dat het meeste zich vooraan en achteraan de film bevindt. Maar wie kan klagen als een afgehakt hoofd van een trap naar beneden tuimelt? Ook worden we getrakteerd op een hypnose die wordt uitgevoerd met behulp van wat we alleen maar als discolichten kunnen noemen. Het is wel de inleiding tot een goed gemaakte sequentie, waarin we door de ogen van Penny, het enige overgebleven meisje uit het begin, te zien krijgen wat er nu precies gebeurd is. Uiteraard wordt het duidelijk dat zij niet de echte moordenaar kan zijn.

De film is dus effectief onderverdeeld in wat Penny en haar groep vrienden hebben meegemaakt (naar het eiland getrokken na een jazzfestival, klaar voor een avondje drank, drugs en sex, waarbij het net iets anders loopt), om daarna over te schakelen naar de archeologen die naar het eiland trekken. Wat opvalt, is dat Britse acteurs en actrices B-film materiaal altijd naar een hoger plan kunnen tillen (hoofdrolspeler Halliday is wel een Amerikaan, maar is, ondanks een wat eentonige mimiek, evenwaardig). Het is misschien het wat stijvere accent, maar het komt allemaal wat geloofwaardiger over. Dat gezegd zijnde worden er geen wereldse prestaties afgeleverd, maar niemand (buiten de mannelijke acteurs die de tieners spelen uit het begin van de film) laat grote steken vallen. De dialogen voelen wat gedateerd aan (zeker de hippe keuze van woorden als “grass” en “far out!”), maar het voorziet ook in een nostalgische charme die we met zijn allen appreciëren wanneer we naar films ook kijken als een tijdsdocument.

Eenmaal op het eiland aangekomen (nogmaals, een uitstekend gemaakte set die overtuigend is en door zijn artificiële karakter toch een apart gevoel opwekt), wordt alles verkend en trekt men de vuurtoren in. Beetje bij beetje krijgen we wat achtergrondinformatie over deze locatie, alsook de vorige bewoners. Ook houden de archeologen zich ook bezig met het nuttigen van drank, het roken van een joint en kibbelen onder elkaar. Het toeval wilt dat ze bestaan uit 2 koppels met relationele problemen die dan ook nog eens onder elkaar troost zoeken. De film kabbelt zo rustig verder en doet eigenlijk te weinig met de omgeving (we blijven voornamelijk in de vuurtoren). Er is een seksscène waar 1 van de gefrustreerde vrouwen zich te goed doet aan de jongste vissersman en een aantal sfeervolle momenten (de klauwen van een harige man komen in beeld, uit de schaduwen duikt iets weg, er klinken soms rare geluiden zoals gegiechel), maar er wordt even iets teveel gefocust op de interacties tussen de personages. Het jonge koppel wat er woonde en waarmee het niet zo goed afliep, daarvan krijgen we enkel een foto te zien en verduidelijking te horen van 1 van de vissersmannen en da’s een beetje een gemiste kans.

Gelukkig gaat het tempo terug de hoogte in na het uur. Er valt opnieuw een slachtoffer, een onfrisse ontdekking van een lijk zet de zenuwen op scherp en men vindt de ingang naar een grottenstelsel. De uitleg over de Feneciërs die je krijgt van de curator van het museum (trouwens vertolkt door Dennis Price, een veteraan die zelfs nog in Vampyros Lesbos opduikt) was trouwens niet voor niets, want ze stuiten op een grafkamer waar ze een groot afgodsbeeld vinden. Wat er verder nog gebeurt, ga ik hier niet verklappen, maar de Achillespees van de film is dat deze redelijk mysterieuze (doch ook historische) achtergrond uiteindelijk er niet al te veel toe lijkt te doen. De uiteindelijke dader die iedereen het loodje legt, kan, als je als kijker zelf even de puntjes verbindt, enigszins in verband worden gebracht met de Feneciërs en wat ze deden op dit eiland, maar dan moet je zelf heel veel plot invullen. En dat is redelijk jammer, want indien men zich meer hierop had geconcentreerd dan de relatieperikelen van onze protagonisten, dan had je volgens mij een film gehad met een veel grotere impact.

Wat overblijft is wel een leuke horrorfilm met elementen van de slasherfilm en een meer dan behoorlijke productie. De fans van Hammer en Amicus halen er in ieder geval geen kat in een zak mee in huis.