Beyond the Darkness

Poster voor de film "Beyond the Darkness"

Beyond the Darkness

NR 94 min - Horror
Your rating:

Country:   Italy
Language:  Italian
Release Date:  1979
Director:  Joe D'Amato
Runtime:  1 h 34 min


Tagline: A fate worse than death!

De geliefde van je leven verliezen is een tegenslag die je hele ziel kan verbranden. Het eens zo romantische maanlicht kan dan plots wel heel koud op je neerschijnen.  ’s Ochtends het ontbijt klaarmaken, daar heb je dan geen zin meer in. Uiteraard kan je dat niet maanden laten aanslepen en moet je verder. Velen doen dat ook gewoon, maar er zijn altijd mensen die het niet los kunnen laten. De droefheid over het verlies verandert dan in een obsessie. Het zal geen verrassing zijn dat zulk een obsessie een dankbaar onderwerp kan zijn voor regisseurs en scriptschrijvers over de hele wereld. En dat kan een mooi drama opleveren dat op een delicate manier aantoont wat zo’n obsessie met een mens doet. Of, zoals hier blijkt, een ranzige film over een taxidermist die het lijk van zijn vriendin opzet en nog heel wat meer!

Frank (Francesco op de Italiaanse geluidsband) lijkt alles te hebben wat hij zich maar wensen kan. Hij bezit een prachtig landhuis, veel geld en is samen met de knappe Anna. Donkere wolken pakken zich samen boven het jonge koppel als zij in het ziekenhuis belandt en uiteindelijk overlijdt. Dit slaat Frank compleet uit zijn lood. Zijn mentale toestand wordt er niet beter op als blijkt dat Iris een wel hele speciale band heeft met hem. Dit alles doet hem overgaan tot het opgraven van het lijk van Anna en het mee naar huis nemen. Alles lijkt vlot te verlopen, totdat een band van zijn wagen klapt. Tijdens het vervangen, sluipt een liftster in zijn wagen, die hij uiteindelijk moet vermoorden als ze merkt wat hij met Anna’s lijk uitspookt. De situatie wordt nog ingewikkelder als Iris hem betrapt tijdens de moord.

Een psychologisch steekspel tussen de protagonisten lijkt in het verschiet te liggen. Uiterste spanning die tot de laatste druppel leeggemolken wordt bij de vele momenten waarbij Frank’s geheim onthuld dreigt te worden. Het is echter verre van waar, want de ambitie van het project ligt helemaal niet zo hoog. Een probleem situeert zich al in de centrale rol van de getormenteerde Frank. Dat vereist een sublieme vertolking met zowel subtiele als uitzinnige momenten, alsook een verhaal dat zijn transformatie van een alledaagse persoonlijkheid tot een gestoorde moordenaar geleidelijk aan en geloofwaardig overbrengt. Denk Norman Bates en Psycho, Travis Bickle in Taxi Driver of zelfs Frank Zito uit de groezelige grindhouse klassieker Maniac. In deze films wisten respectievelijk Anthony Perkins, Robert De Niro en Joe Spinell zich helemaal in te leven.

Alle respect voor de man, maar helaas kan (de voor mij verder onbekende) Kieran Canter helemaal niet overtuigen. Mooie, grote ogen heeft hij wel, maar verder blijft hij redelijk onbewogen bij alle waanzin die hem overvalt. Het dubben van stemmen helpt natuurlijk nooit (en hij is in ieder geval niet bang om zich fysiek te geven), doch het personage zou de kijker enige sympathie moeten ontlokken en dat zal niet lukken als je gezicht nooit vertrekt. Franca Stoppi gaat het heel wat beter af, doch dat zal ook wel te maken hebben met haar actieve, perverse rol die ze speelt. Erger is het dat de film bij momenten naar saaiheid neigt toe te gaan. Een begrafenisondernemer ontpopt zich in deze film tot een heuse detective en gaat op onderzoek uit. De man dringt zelfs binnen in het landhuis van Frank en Iris.

Deze momenten worden echter redelijk flets gebracht en leveren dus geen spanning op (en zouden zelfs wat korter mogen, want ze zijn het minst interessante onderdeel). Het kabbelt allemaal rustig verder. Frank wordt weer eens kwaad op Iris en schreeuwt dat ze weg moet gaan, een onschuldige vrouw wordt in stukken gehakt, Frank wordt sexueel bevredigd door Iris (en is niet meer kwaad op haar),… zo gaat het zonder gevolgen door. De fletsheid vertaalt zich ook naar een redelijk modale beeldvoering (de belichting is wel uitstekend afgehandeld, zeker in de finale). Een regisseur als Dario Argento, Lucio Fulci of Sergio Martino hadden er toch echt wel veel meer visuele schwung ingekregen. Het wordt wel opwindend als de muziek van Goblin (op zich al dik in orde) goed getimed wordt gebruikt voor enkele onthullingen (bvb. het wegtrekken van een deken valt net samen wanneer de drum in de muziek een tempo hoger gaat). Ook de montage is heel efficiënt gedaan en zorgt dat een aantal van de speciale effecten ook goed tot hun recht komen (het inbrengen van een aantal valse ogen bij Anna is een voorbeeld daarvan).

De motivatie van Frank om bepaalde handelingen uit te voeren vloekt wat met het algemene gezonde verstand van weldenkende mensen en houdt soms geen steek. In het begin van de film, wanneer hij net het lijk van Anna heeft ontvoerd, sluipt een liftster in zijn wagen binnen. Frank is haar liever zo snel mogelijk kwijt, doch, wanneer de jongedame zichzelf in slaap wiegt door het roken van een joint onderweg, maakt hij hier geen gebruik van om haar uit de wagen te slepen en langs de weg te laten liggen, aldus haar meenemend naar zijn werkplaats waardoor hij zich onnodig in gevaar brengt. Wanneer diezelfde liftster even later wakker wordt en bij de ontdekking van Anna (logischerwijze) begint te krijsen, kan hij niet anders dan haar proberen te doden. Maar waarom moet hij eerst zonodig de vingernagels van haar rechterhand 1 voor 1 uittrekken met een knijptang? En waarom braakt Frank bij de gedachte dat hij mogelijk restjes van een mensenlichaam in zijn maaltijd heeft (zeer begrijpelijk) om dan in een volgende scène een keel open te bijten en het stuk vlees, mét stoïcijnse blik, ervan op te eten?

Het antwoord op die vragen heeft natuurlijk niks te maken met het voorzien van een uitgekiend verhaal dat zich organisch ontwikkelt, maar des te meer te maken met het tonen van smerigheid en perversiteit. En in die zin is de film wel een succes. Voordat Frank nog maar het plan heeft opgevat om Anna te stelen, is het al raak wanneer Iris Frank troost door hem borstvoeding te geven. Haar woorden suggereren een reeds lang gevestigde verdraaide relatie tussen hun 2. Vanaf dan zorgt de film er voor dat er om de 6-7 minuten wel iets afschuwelijks te zien is om de aandacht van het publiek te hernieuwen en eventuele saaie momenten weer te doen vergeten. Dit zorgt er wel voor dat er een naar sfeertje rondhangt (het ongezellige landhuis, met in de kelder de werkplaats vol opgezette dieren, is een dankbare locatie daarvoor), wat deze film goed van pas komt.

Mijn favoriete sequentie is de bijna-sensatieloze weergave van Frank en Iris’ poging om zich van het lichaam van de liftster te ontdoen en de daaropvolgende ‘hutsepot’ verwennerij. Met enkel het geluid van een vollopend bad (Frank giet een fles zuur erin) en een kapmes (Iris lijkt wel in de keuken bezig met het decimeren van een rauwe kip) wordt met een ijskoude precisie het lijk in stukken gehakt en in het bad opgelost. Het afval (ingewanden, stukjes bot, een oog) wordt in een put gegooid. Na zulk zwoegwerk moet er ook gegeten worden en Iris heeft een lekkere maaltijd bereid. Door af te wisselen tussen Frank’s lijkwitte blik en de put met menselijk afval wordt gesuggereerd dat Iris wel eens een heel apart ingrediënt heeft gebruikt. Nog nooit was een close-up van een etende doch open mond zo wansmakelijk! Het zijn de moneyshots waar het publiek op heeft gewacht en D’Amato stelt niet teleur.

Alles bij elkaar genomen levert dit groteske efficiëntie op, vol naakt en een vleugje sadisme. Het spreekt boekdelen over de natuur en bestaansreden van deze prent dat er geruchten zijn dat voor sommige speciale effecten er gebruik werd gemaakt van een echt lijk, ook al is dit hoogstwaarschijnlijk onjuist en gewoon een opgeklopt verhaal. Stel je verwachtingen bij en je kan heel wat groezelige pret hebben!